BELANGRIJKE INFORMATIE
Deze samenvatting van veiligheid en klinische prestaties (SSCP) is
bedoeld om het publiek toegang te geven tot een bijgewerkte
samenvatting van de belangrijkste aspecten van de veiligheid en
klinische prestaties van het hulpmiddel. Deze SSCP is niet bedoeld
om de Gebruiksaanwijzing te vervangen als belangrijkste document
om een veilig gebruik van het hulpmiddel te garanderen, noch om
diagnostische of therapeutische suggesties te doen aan beoogde
gebruikers of patiënten.
Toepasselijke documenten
| Documenttype |
Titel/nummer van het document |
| Ontwerpgeschiedenisbestand (DHF) |
11004-A1, 11005 |
| ‘MDR-documentatie' bestandsnummer |
MDR-016 |
1. Identificatie van het hulpmiddel en algemene informatie
Handelsnaam van het hulpmiddel 1,9F en 2,6F
Vascu-PICC® perifeer ingebrachte centrale katheter
Naam en adres van de fabrikant Medical
Components, Inc. 1499 Delp Drive Harleysville, PA 19438 VS
Enkelvoudig registratienummer van de fabrikant (SRN)
US-MF-000008230
Basis UDI-DI 00884908289NV
Beschrijving/tekst van de nomenclatuur voor medische
hulpmiddelen
C010201 - Centraal I.V. Katheters voor perifere toegang
Klasse hulpmiddel III
Datum afgifte eerste CE-certificaat voor dit hulpmidde
1,9F en 2,6F Vascu-PICC® - oktober 2008 1,9F en 2,6F Jet-PICC -
oktober 2008
Naam gemachtigde en SRN Gerhard Frömel Europese
regelgevingsdeskundige Medical Product Service GmbH (MPS)
Borngasse 20 35619 Braunfels, Duitsland SRN: DE-AR-000005009
Naam van de aangemelde instantie en uniek identificatienummer
BSI Groep Nederland B.V. NB2797
Apparaatgroepering en varianten
De hulpmiddelen die onder dit document vallen, zijn allemaal sets
van perifeer ingebrachte centrale katheters (PICC). De
onderdeelnummers van de katheters zijn ingedeeld in verschillende
categorieën. Deze hulpmiddelen worden gedistribueerd als
proceduretrays, in verschillende configuraties inclusief
accessoires en hulpmiddelen (zie paragraaf 'Accessoires bedoeld
voor gebruik in combinatie met het hulpmiddel').
Hulpmiddelvarianten:
Hulpmiddelvarianten:
| Beschrijving varianten |
Onderdeelnummer(s) |
Uitleg van meerdere onderdeelnummers |
|
1,9F x 20 cm Pediatrische PICC met enkel lumen
|
10533-820-001 |
|
|
1,9F x 50 cm Pediatrische PICC met enkel lumen
|
10533-850-001 |
|
|
2,6F x 20 cm Pediatrische PICC met dubbel lumen
|
10539-820-001 |
|
|
2,6F x 50 cm Pediatrische PICC met dubbel lumen
|
10539-850-001 |
|
|
2,6F x 50 cm Pediatrische PICC met dubbel lumen en manchet
|
10552-950-001 |
|
Hulpmiddelvarianten:
| Beschrijving varianten |
Onderdeelnummer(s) |
Uitleg van meerdere onderdeelnummers |
Proceduretrays:
Proceduretrays:
| Cataloguscode |
Onderdeelnummer |
Omschrijving |
| MR17012600 |
10539-850-001 |
2,6F X 50 CM VASCU-PICC® PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE
KATHETER MET DUBBEL LUMEN KATHETERSET
|
| MR17012601 |
10539-850-001 |
2,6F X 50 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE
CENTRALE KATHETER MET DUBBEL LUMEN
|
| MR170126024S |
10539-850-001 |
2,6F X 50 CM VASCU-PICC® MST-BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE
CENTRALE KATHETER MET DUBBEL LUMEN
|
| MR17012608 |
10552-950-001 |
2,6F X 50 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE
CENTRALE KATHETER MET DUBBEL LUMEN EN MANCHET
|
| MR17012621 |
10539-820-001 |
2,6F X 20 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE
CENTRALE KATHETER MET DUBBEL LUMEN
|
| MR170126224S |
10539-820-001 |
2,6F X 20 CM VASCU-PICC® MST-BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE
CENTRALE KATHETER MET DUBBEL LUMEN
|
| JSAP2.620 |
10539-820-001 |
2,6F X 20 CM JET-PICC BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE
KATHETER MET DUBBEL LUMEN
|
| JSAP2.650 |
10539-850-001 |
2,6F X 50 CM JET-PICC BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE
KATHETER MET DUBBEL LUMEN
|
| JSAP1.920 |
10533-820-001 |
1,9F X 20 CM JET-PICC BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE
KATHETER MET ENKEL LUMEN
|
| JSAP1.950 |
10533-850-001 |
1,9F X 50 CM JET-PICC BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE
KATHETER MET ENKEL LUMEN
|
| MR17011100 |
10533-850-001 |
1,9F X 50 CM VASCU-PICC® PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE
KATHETER MET ENKEL LUMEN KATHETERSET
|
| MR17011101 |
10533-850-001 |
1,9F X 50 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE
CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN
|
| MR170111024S |
10533-850-001 |
1,9F X 50 CM VASCU-PICC® MST-BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE
CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN
|
| MR17011121 |
10533-820-001 |
1,9F X 20 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE
CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN
|
| MR170111224S |
10533-820-001 |
1,9F X 20 CM VASCU-PICC® MST-BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE
CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN
|
| VP1,9S20-NS |
10533-820-001 |
1,9F X 20 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE
CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN ZONDER STILET
|
| VP1,9S50-NS |
10533-850-001 |
1,9F X 50 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE
CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN ZONDER STILET
|
Proceduretrays:
| Cataloguscode |
Onderdeelnummer |
Omschrijving |
Configuraties van proceduretrays:
| Configuratietype |
Kitonderdelen |
| Vascu-PICC® Katheterset |
(1) Katheter met stilet, (1) 0,76 mm (0,030") I.D. Adapter
met zijpoort, (1|2) naaldloze connector(en), (1)
bevestigingshulpmiddel, (1) patiënteninformatiepakket, (1)
patiënten-ID-kaart
|
| Vascu-PICC® Basisset |
(1) Katheter met stilet, (1) 0,76 mm (0,030") I.D. Adapter
met zijpoort, (1) OTN af te scheuren inbrenger
|
| Vascu-PICC® MST-basisset |
(1) Katheter met stilet, (1) 0,27 mm x 20 cm (0,010) Nitinol
voerdraad met rechte punt, (1) 0,76 mm (0,030") I.D. Adapter
met zijpoort, (1) apart verwijderbare inbrenger
|
| Vascu-PICC® Basisset zonder stilet |
(1) Katheter, (1) 1,2 mm buitendiameter x 0,7 mm
binnendiameter x 2,2 cm (2F) OTN af te scheuren inbrenger,
(1) naaldloze connector, (10) 2" x 2" gaas, (1) spuit van 10
cc, (1) tourniquet, (1) meetlint, (1)
bevestigingshulpmiddel, (1) patiënt Informatiepakket, (1)
Patiënten-ID-kaart
|
| Vascu-PICC® Basisset met manchet |
(1) Katheter met manchet en stilet, (1) 0,76 mm (0,030”)
I.D. Adapter met zijpoort, (1) 1,6 mm buitendiameter x 1,1
mm binnendiameter x 3,2 cm (3F) OTN af te scheuren
inbrenger, (10) 2 x 2 gaas, (1) spuit van 10 cc, (2)
onnodige aansluitingen, (1) tourniquet, (1) meetlint, (1)
bevestigingshulpmiddel, (1) patiënteninformatiepakket, (1)
patiënten-ID-kaart
|
| Jet-PICC 1,9F basisset |
(1) Katheter met stilet, (1) 0,76 mm (0,030") I.D. Adapter
met zijpoort, (1) 1,2 mm buitendiameter x 0,7 mm
binnendiameter x 2,2 cm (2F) OTN af te scheuren inbrenger,
(1) bevestigingshulpmiddel, (1) naaldloze connector, (10) 2"
x 2" gaas, (1) spuit van 10 cc, (1) tourniquet, (1)
meetlint, (1) patiënteninformatiepakket, (1)
patiënten-ID-kaart
|
| Jet-PICC 2,6F basisset |
(1) Katheter met stilet, (1) 0,76 mm (0,030") I.D. Adapter
met zijpoort, (1) 1,6 mm buitendiameter x 1,1 mm
binnendiameter x 3,2 cm (3F) OTN af te scheuren inbrenger,
(1) bevestigingshulpmiddel, (2) naaldloze connectoren, (10)
gaas van 2" x 2", (1) spuit van 10 cc, (1) tourniquet, (1)
meetlint, (1) patiënteninformatiepakket, (1)
patiënten-ID-kaart
|
2. Beoogd gebruik van het hulpmiddel
Beoogd doel De 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® /
Jet-PICC perifeer ingebrachte centrale katheters zijn bedoeld voor
gebruik bij pediatrische en pasgeboren patiënten die regelmatig
naaldprikken nodig hebben en voor wie kortstondige of langdurige
toegang tot het centraal-veneuze systeem zonder dat regelmatige
naaldprikken nodig zijn, noodzakelijk wordt geacht op basis van de
aanwijzingen van een gekwalificeerde, bevoegde arts. Het
hulpmiddel is bedoeld voor gebruik onder regelmatig toezicht en
beoordeling van gekwalificeerde professionals in de
gezondheidszorg. Deze katheter is alleen voor eenmalig gebruik.
Indicatie(s) De 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® /
Jet-PICC perifeer ingebrachte centrale katheter is geïndiceerd
voor kortstondige of langdurige perifere toegang tot het
centraal-veneuze systeem voor de intraveneuze toediening van
vloeistoffen of medicijnen.
Doelgroep(en) 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® /
Jet-PICC perifeer ingebrachte centrale katheters zijn bedoeld voor
gebruik bij pediatrische en pasgeboren patiënten die regelmatig
naaldprikken nodig hebben en voor wie kortstondige of langdurige
toegang tot het centraal-veneuze systeem zonder dat regelmatige
naaldprikken nodig zijn, noodzakelijk wordt geacht op basis van de
aanwijzingen van een gekwalificeerde, bevoegde arts.
Contra-indicaties en/of beperkingen
-
Deze katheter is niet bedoeld voor ander gebruik dan het
aangegeven gebruik. Geen katheter inbrengen in door trombose
aangetaste bloedvaten.
-
De aanwezigheid van huidgerelateerde problemen rond de
inbrengplaats (infectie, flebitis, littekens enz.)
-
De aanwezigheid van aan het hulpmiddel gerelateerde bacteriëmie
of septikemie.
-
Voorgeschiedenis van veneuze trombose/subclavia-trombose of
vaatchirurgische procedures op de inbrengplaats.
- Koorts van onbekende oorsprong.
-
De lichaamslengte van de patiënt is onvoldoende voor de grootte
van het geïmplanteerde hulpmiddel.
-
Van de patiënt is bekend of wordt vermoed dat hij/zij allergisch
is voor materiaal dat zich in het hulpmiddel bevindt.
-
Bestraling in het verleden van de toekomstige inbrengplaats.
-
Lokale weefselfactoren zullen een goede stabilisatie en/of
toegang van het hulpmiddel verhinderen.
-
Bekende kleefallergieën voor tape of zinkoxide.
-
Deze katheter is niet geschikt voor inbrenging via niet-
oppervlakkige aders.
3. Beschrijving van het hulpmiddel
Apparaatnaam: 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® perifeer
ingebrachte centrale katheter
Beschrijving van het hulpmidde De 1,9F en 2,6F
Vascu-PICC® perifeer ingebrachte centrale katheter wordt gebruikt
voor centraal-veneuze toegang op korte of lange termijn, via
perifere insertie, tijdens de toediening van vloeistoffen,
medicatie en voedingstherapie voor pasgeborenen, zuigelingen en
kinderen. De lumen- binnen- en buitendiameter zijn continu over de
gehele lengte van de lumentube. Elk katheterlumen eindigt via een
verlenging naar een vrouwelijke Luer-lock-connector. Elke
verlenging heeft een in-line klem om de vloeistofstroom te regelen
en is gemarkeerd met de lumenmaat. De overgang tussen lumen en
verlenglijn bevindt zich in een gegoten naaf. De naaf is
gemarkeerd met de Franse maat van de katheter. Het lumen is elke
centimeter gemarkeerd met dieptemarkeringen.
Apparaatnaam: 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® perifeer
ingebrachte centrale katheter
Beschrijving van het hulpmidde De 1,9F en 2,6F
Vascu-PICC® perifeer ingebrachte centrale katheter wordt gebruikt
voor centraal-veneuze toegang op korte of lange termijn, via
perifere insertie, tijdens de toediening van vloeistoffen,
medicatie en voedingstherapie voor pasgeborenen, zuigelingen en
kinderen. De lumen- binnen- en buitendiameter zijn continu over de
gehele lengte van de lumentube. Elk katheterlumen eindigt via een
verlenging naar een vrouwelijke Luer-lock-connector. Elke
verlenging heeft een in-line klem om de vloeistofstroom te regelen
en is gemarkeerd met de lumenmaat. De overgang tussen lumen en
verlenglijn bevindt zich in een gegoten naaf. De naaf is
gemarkeerd met de Franse maat van de katheter. Het lumen is elke
centimeter gemarkeerd met dieptemarkeringen.
Materialen/stoffen die in contact komen met weefsel van de
patiënt
De procentuele bereiken in onderstaande tabel zijn gebaseerd op
het gewicht van de Vascu-PICC®-hulpmiddelen 1,9F x 20 cm met enkel
lumen (2,85 g) en 2,6F x 50 cm met dubbel lumen en manchet (4,16
g).
Materiaal
| Materiaal |
% gewicht (w/w) |
| Polyurethaan |
56,04-68,86 |
| Acetaal co-polymeer |
20,66-30,32 |
| Acrylonitril-butadieen-styreen |
8,95-13,13 |
| Bariumsulfaat |
0,51-1,53 |
| Polyethyleentereftalaat |
0-0,33 |
De procentuele bereiken in onderstaande tabel zijn gebaseerd op
het gewicht van de Vascu-PICC®-hulpmiddelen 1,9F x 20 cm met enkel
lumen (2,85 g) en 2,6F x 50 cm met dubbel lumen en manchet (4,16
g).
Materiaal
| Materiaal |
% gewicht (w/w) |
| Polyurethaan |
56,04-68,86 |
| Acetaal co-polymeer |
20,66-30,32 |
| Acrylonitril-butadieen-styreen |
8,95-13,13 |
| Bariumsulfaat |
0,51-1,53 |
| Polyethyleentereftalaat |
0-0,33 |
Opmerking: hulpstukken die roestvrij staal bevatten, kunnen tot
0,4% gewicht van de CMR-stof kobalt bevatten.:Opmerking: volgens
de gebruiksaanwijzing is het hulpmiddel gecontra- indiceerd voor
patiënten met bekende of vermoede allergieën voor bovengenoemde
materialen.
Informatie over geneeskrachtige stoffen in het
hulpmiddel
N.V.T.
Hoe het hulpmiddel zijn beoogde werkingswijze bereikt
De onderzochte hulpmiddelen maken gebruik van een Seldinger- of
Modified Seldinger-techniek om toegang te verkrijgen. Het
belangrijkste verschil is dat bij de ene techniek een
introductieschede wordt gebruikt en bij de andere niet. De
Seldinger-technieken voor veneuze toegang zijn bekende
chirurgische technieken die worden gebruikt voor het inbrengen van
PICC-hulpmiddelen. De instructies voor het gebruik van elke
katheter worden beschreven in de IFU's. Katheters moeten worden
ingebracht, gemanipuleerd en verwijderd door een gekwalificeerde,
bevoegde arts of andere gekwalificeerde professional in de
gezondheidszorg die een strikt aseptische techniek gebruikt.
Eenmaal op zijn plaats wordt er vloeistof toegediend of bloed
afgenomen via de PICC-katheter, meestal met een wegwerpslangenset
of -spuit. Het onderhoud van de katheter omvat het gebruik van een
vergrendelingsoplossing om de katheter open te houden. Het
verwijderen van de katheter gebeurt gewoonlijk door voorzichtig
aan de katheter te trekken, maar voor verwijdering kan het in
sommige gevallen nodig zijn dat een chirurgische ingreep wordt
uitgevoerd door een arts die bekend is met de juiste technieken.
Informatie over sterilisatie Inhoud steriel en
niet pyrogeen in ongeopende, onbeschadigde verpakking.
Gesteriliseerd met ethyleenoxide.
Vorige generaties/varianten
| Naam van vorige generatie |
Verschillen met huidig hulpmiddel |
| N.V.T. |
N.V.T. |
Accessoires bedoeld voor gebruik in combinatie met het
hulpmiddel
| Naam van accessoire |
Beschrijving van accessoire |
| 1258 |
1,6 mm buitendiameter x 1,1 mm binnendiameter x 3,2 cm (3F)
OTN af te scheuren inbrenger
|
| 3015 |
Gaas |
| 3035 |
Spuit |
| 3418 |
Meetlint |
| 5731 |
Bevestigingshulpmiddel |
| 5732 |
Bevestigingshulpmiddel |
| 10129 |
0,76 mm (0,030") I.D. Adapter met zijpoort
|
| 30306 |
1,2 mm buitendiameter x 0,7 mm binnendiameter x 2,2 cm (2F)
OTN af te scheuren inbrenger
|
| 30656 |
Tourniquet |
| 30823 |
Naaldloze connector |
| 10348-02 |
0,7 mm binnendiameter x 2,2 cm (2F) apart verwijderbare
inbrenger
|
| 10348-03 |
1,0 mm binnendiameter x 3,2 cm (3F) apart verwijderbare
inbrenger
|
| 30353-030 |
Stilet |
| 30353-060 |
Stilet |
| 30754-010-020 |
0,27 mm x 20 cm (0,010) Nitinol voerdraad met rechte punt
|
| 5620-1 |
IV-katheter |
Andere apparaten of producten die bedoeld zijn voor gebruik in
combinatie met het apparaat:
| Naam van apparaat of product |
Beschrijving van het apparaat of product
|
| N/A |
N/A |
4. Risico's en waarschuwingen
Restrisico's en ongewenste effecten: Volgens de
IFU van het product houden alle chirurgische procedures risico's
in. Medcomp heeft risicobeheerprocessen geïmplementeerd om deze
risico's proactief op te sporen en zoveel mogelijk te beperken
zonder het voordeel/risicoprofiel van het hulpmiddel negatief te
beïnvloeden. Na beperking blijven er restrisico's en de
mogelijkheid van ongewenste voorvallen bij het gebruik van dit
product bestaan. Medcomp heeft vastgesteld dat alle restrisico's
aanvaardbaar zijn.
| Type residuele schade |
Mogelijke bijwerkingen in verband met schade
|
| Allergische reactie |
Allergische reactie Intolerantiereactie op geïmplanteerd
hulpmiddel
|
| Bloeding |
Bloeding Bloeduitstorting
|
| Hartprobleem |
Hartritmestoornis Harttamponade Myocardiale erosie
|
| Embolie |
Luchtembolie Trombo-embolie Katheterembolie Occlusie van de
katheter
|
| Infectie |
Sepsis gerelateerd aan katheter Endocarditis Infectie aan
uitgangslocatie Flebitis
|
| Perforatie |
Perforatie van bloedvaten of ingewanden Erosie van
bloedvaten Scheuring van bloedvaten
|
| Stenose |
Veneuze stenose
|
| Weefselbeschadiging |
Letsel aan brachiale plexus Necrose aan uitgangslocatie
Weefselbeschadiging
|
| Trombose |
Veneuze trombose Ventriculaire trombose Vorming van
fibrineschede
|
| Diverse complicaties |
Erosie van de katheter door de huid Spontane verkeerde
positie of terugtrekking van de kathetertip Risico's die
gewoonlijk verband houden met lokale of algemene anesthesie,
chirurgie en postoperatief herstel
|
|
Kwantificatie van restrisico's
|
|
PMS-klachten (1 januari 2019 - 31 augustus 2024)
|
PMCF-voorvallen |
|
Verkochte eenheden: 222.776 |
Onderzochte eenheden: 11 |
|
Categorie restschade voor patiënten
|
% van de hulpmiddelen |
% van de hulpmiddelen |
| Allergische reactie |
0,00045% |
Niet gerapporteerd |
| Bloeding |
0,00045% |
Niet gerapporteerd |
| Hartprobleem |
0,00045% |
Niet gerapporteerd |
| Embolie |
Niet gerapporteerd |
Niet gerapporteerd |
| Infectie |
0,00090% |
Niet gerapporteerd |
| Perforatie |
0,00045% |
Niet gerapporteerd |
| Stenose |
Niet gerapporteerd |
Niet gerapporteerd |
Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen
Alle waarschuwingen zijn getoetst aan de risicoanalyse, PMS en
bruikbaarheidstests om de consistentie tussen de informatiebronnen
te valideren. De hulpmiddelen in het kader van deze klinische
evaluatie zijn voorzien van volgende waarschuwingen op de IFU's:
-
Gebruik geen infusieapparatuur die de werkdruk van 1,0 bar
max/750 mmHg (14,5 psi) kan overschrijden.
-
Gebruik geen hogedrukinjectoren voor onderzoek met
contrastmiddelen. Overmatige druk kan de katheter beschadigen.
-
Gebruik het bevestigingshulpmiddel niet op plaatsen waar verlies
van hechting kan optreden, zoals bij een verwarde patiënt of bij
een niet-hechtende huid.
-
Geen katheter inbrengen in door trombose aangetaste bloedvaten.
-
Voer de voerdraad of katheter niet in als er ongewone weerstand
wordt ondervonden.
-
De voerdraad niet met geweld inbrengen of terugtrekken uit een
onderdeel. Als de voerdraad beschadigd raakt, moeten voerdraad
en bijbehorende onderdelen samen worden verwijderd.
-
De katheter of toebehoren op geen enkele wijze opnieuw
steriliseren.
-
Inhoud steriel en niet pyrogeen in ongeopende, onbeschadigde
verpakking. GESTERILISEERD MET ETHYLEENOXIDE
-
Gebruik de katheter of toebehoren niet opnieuw omdat het
hulpmiddel mogelijk niet goed gereinigd en ontsmet werd, wat kan
leiden tot besmetting, katheterdegradatie, hulpmiddelmoeheid of
een endotoxinereactie.
-
Gebruik de katheter of toebehoren niet als de verpakking geopend
of beschadigd is.
-
Gebruik de katheter of toebehoren niet als er tekenen van
productschade zichtbaar zijn of als de uiterste gebruiksdatum is
verstreken.
-
Gebruik geen scherpe instrumenten in de buurt van de
verlenglijnen of het katheterlumen.
-
Gebruik geen schaar om het verband te verwijderen. De
voorzorgsmaatregelen die op de IFU's worden vermeld, zijn als
volgt:
-
Spuiten kleiner dan tien (10) ml veroorzaken overmatige druk en
kunnen de katheter beschadigen. Tien (10) ml of grotere spuiten
worden aanbevolen.
-
Bolusinjecties moeten langzaam zijn en mogen de maximale
bolusdruk van 1,2 bar/900 mmHg (17,4 psi) niet overschrijden.
- Hydrateer de voerdraad voor gebruik.
-
Spoel de katheter altijd door voordat u het stilet verwijdert.
-
De katheter zal beschadigd raken als er andere klemmen worden
gebruikt dan degene die bij deze set zijn geleverd.
-
Het herhaaldelijk vastklemmen van de slang op dezelfde plaats
kan de slang verzwakken. Vermijd klemmen in de buurt van de
Luer(s) en de naaf van de katheter.
-
Onderzoek het lumen en verlengstuk(ken) van de katheter voor en
na elke infusie op beschadigingen.
-
Om ongelukken te voorkomen, moet u vóór en tussen behandelingen
de veiligheid van alle doppen en verbindingen verzekeren.
-
Gebruik alleen Luer-lock (schroefdraad) connectoren met deze
katheter.
-
In het zeldzame geval dat een naaf of connector tijdens het
inbrengen of gebruik losraakt van een onderdeel, neemt u alle
noodzakelijke stappen en voorzorgsmaatregelen om bloedverlies of
luchtembolie te voorkomen en verwijdert u de katheter.
-
Het herhaaldelijk te strak aandraaien van bloedlijnen, spuiten
en doppen vermindert de levensduur van de connector en kan
leiden tot mogelijk falen van de connector.
-
Dit is geen rechter-atriumkatheter. Plaats de kathetertip niet
in het rechter atrium. Plaatsing in of migratie van de
kathetertip naar het rechter atrium kan hartritmestoornissen,
erosie van het myocard of harttamponade veroorzaken.
-
Neem tijdens het aanbrengen en verwijderen van het
bevestigingshulpmiddel universele voorzorgsmaatregelen voor
bloed en lichaamsvloeistoffen en procedures voor
infectiebeheersing in acht.
-
Voorkom contact van het bevestigingshulpmiddel met alcohol of
aceton. Beide kunnen de hechting van onderdelen en de hechting
van het bevestigingskussen verzwakken.
-
Minimaliseer de manipulatie van de katheter/tube tijdens het
aanbrengen en verwijderen van het bevestigingshulpmiddel.
-
Verwijder olie en vochtinbrengende crème van de betreffende huid
voordat u het bevestigingshulpmiddel plaatst.
-
Het bevestigingshulpmiddel moet dagelijks worden gecontroleerd
en vervangen wanneer dit klinisch geïndiceerd is, ten minste
elke 7 dagen.
-
Controleer de positie van de kathetertip vóór gebruik door
middel van een röntgenfoto. Controleer routinematig de plaatsing
van tips volgens het beleid van de instelling.
-
Gooi het biorisico weg volgens het protocol van de faciliteit.
-
Raadpleeg de praktijknormen en het institutionele beleid inzake
compatibele infusiemiddelen voor centraal-veneuze toegang.
-
Volg alle contra-indicaties, waarschuwingen,
voorzorgsmaatregelen en instructies voor alle infusaten zoals
gespecificeerd door hun fabrikant.
-
De CMR-stof Kobalt is een natuurlijk voorkomend bestanddeel van
roestvrij staal. Op basis van een evaluatie van de
biocompatibiliteit werd vastgesteld dat de belangrijkste gevaren
van roestvrij staal verband houden met de verwerking van het
materiaal, met name lassen, en dus niet van toepassing zijn op
het beoogde gebruik van het hulpmiddel. Het is onwaarschijnlijk
dat roestvrij staal dat in deze hulpmiddelen wordt gebruikt
blootstellingsniveaus bereikt die carcinogeniteit, mutageniteit
of reproductietoxiciteit zullen veroorzaken.
Andere relevante veiligheidsaspecten(bv. corrigerende
maatregelen op het gebied van veiligheid in het veld enz.)
Gedurende een periode van 1 januari 2019 tot en met 31 augustus
2024 waren er 132 klachten voor 222.776 verkochte eenheden, wat
een totaal klachtenpercentage geeft van 0,059%. Er waren geen
voorvallen die verband hielden met overlijden. Geen enkel voorval
leidde tijdens de beoordelingsperiode tot een terugroepactie.
5. Samenvatting van klinische evaluatie en klinisch
vervolgonderzoek na marktintroductie (PMCF)
Samenvatting van klinische gegevens met betrekking tot het
onderzochte hulpmiddel
Specifieke casusnummers (gemengde cohortcasusnummers)
geïdentificeerd en gebruikt voor klinische prestatie-evaluatie
| Productfamilie |
Klinische literatuur |
PMCFgegevens |
Totaal |
Antwoorden gebruikersenquête |
| Klinische literatuur |
844 |
|
|
|
| PMCF-gegevens |
11 |
|
|
|
| Totaal |
855 |
|
|
|
| Antwoorden gebruikersenquête |
2 |
|
|
|
De klinische prestaties werden gemeten aan de hand van parameters
zoals, maar niet beperkt tot, verblijftijd, resultaten van
katheterplaatsing en percentages ongewenste voorvallen. De
kritische klinische parameters uit deze onderzoeken voldeden aan
de normen die zijn vastgesteld in de richtlijnen voor de
state-of-the-art. Bij geen van de klinische activiteiten werden
onvoorziene bijwerkingen of andere hoge incidenten vastgesteld. De
overlevingskans van een bepaald implantaat is een multifactoriële
gebeurtenis die afhankelijk is van verschillende factoren,
waaronder: de grenzen van het implantaat, de chirurgische
techniek, de moeilijkheidsgraad van de chirurgische procedure, de
gezondheid van de patiënt, het activiteitsniveau van de patiënt,
de medische geschiedenis van de patiënt en andere factoren. In het
geval van de Vascu-PICC® perifeer ingebrachte centrale katheter
van 1,9F en 2,6F hadden 57 katheters een levensduur van 14 dagen
[Bereik: 1-70 dagen] gemiddelde gebruiksduur aangetroffen bij tot
nu toe gemeld klinisch gebruik. Op basis van deze informatie heeft
de 1,9F en 2,6F Vascu-PICC®/Jet-PICC perifeer ingebrachte centrale
katheter een levensduur van 12 maanden; de beslissing om de
katheter te verwijderen en/of te vervangen moet echter gebaseerd
zijn op klinische prestaties en behoefte, en niet op een vooraf
bepaald tijdstip.
Samenvatting van klinische gegevens met betrekking tot het
gelijkwaardige hulpmiddel (indien van toepassing)
Uit gepubliceerde literatuur en PMCF-activiteiten is klinisch
bewijsmateriaal verkregen voor bekende en onbekende varianten van
het onderzochte hulpmiddel. De gelijkwaardigheidsredenering in het
bijgewerkte klinische evaluatieverslag zal aantonen dat het
beschikbare klinische bewijsmateriaal voor deze varianten
representatief is voor de reeks hulpmiddelvarianten in de familie
van hulpmiddelen. Er zijn geen klinische of biologische
verschillen tussen varianten binnen de familie van het onderzochte
hulpmiddel, en het potentiële effect van de technische verschillen
zal in het bijgewerkte klinische evaluatieverslag worden
gerationaliseerd.
Samenvatting van klinische gegevens van onderzoeken voorafgaand
aan marktintroductie (indien van toepassing)
Voor de klinische evaluatie van het hulpmiddel werd geen gebruik
gemaakt van klinische hulpmiddelen voorafgaand aan
marktintroductie.
Samenvatting van klinische gegevens uit andere bronnen:
Bron:Samenvatting van gepubliceerde literatuur
Uit literatuuronderzoek met klinisch bewijs zijn negen
gepubliceerde literatuurartikelen gevonden die 844 gevallen
vertegenwoordigen die specifiek zijn voor de 1,9F en 2,6F
Vascu-PICC®-hulpmiddelfamilie. De artikelen omvatten twee
prospectieve studies (Yang et al., Zhou et al.), vijf
retrospectieve onderzoeken (Luo et al., Richter et al., Uygun et
al., Wang et al., Yanping et al.), en twee casusrapporten (Chen et
al., Chen et al.). Bibliografie: Chen Q, Hu Y, Su S, Huang X, Li
Y. "AFGP" bundles for an extremely preterm infant who underwent
difficult removal of a peripherally inserted central catheter: A
case report. WJCC. 2021;9(17):4253-61. Chen Q, Hu Y, Li Y, Huang
X. Peripherally inserted central catheter placement in neonates
with persistent left superior vena cava: Report of eight cases.
WJCC. 2021;9(26):7944-53. Luo, F., Cheng, X., Lou, X., Wang, Q.,
Fan, X., & Chen, S. (2020). Insertion of a 1.9F central venous
catheter via the internal jugular vein in neonates. J Int Med Res,
48(6). doi:10.1177/0300060520925380 Uygun, I. (2016). Peripherally
inserted central catheter in neonates: A safe and easy insertion
technique. Journal of pediatric surgery, 51(1), 188-191. Xu YP,
Shang ZR, Dorazio RM, Shi LP. Risk factors for peripherally
inserted central catheterization-associated bloodstream infection
in neonates. Zhongguo Dang Dai Er Ke Za Zhi. 2022 Feb 15;
24(2):141-146. English, Chinese. doi: 10.7499/j.issn.1008-
8830.2109147. PMID: 35209978; PMCID: PMC8884050. Yang, L., Bing,
X., Song, L., Na, C., Minghong, D., & Annuo, L. (2019).
Intracavitary electrocardiogram guidance for placement of
peripherally inserted central catheters in premature infants.
Medicine (Baltimore), 98(50). doi:10.1097/md.0000000000018368
Richter, R. P., Law, M. A., Borasino, S., Surd, J. A., &
Alten, J. A. (2016). Distal superficial femoral vein cannulation
for peripherally inserted central catheter placement in infants
with cardiac disease. Congenital heart disease, 11(6), 733-740.
Wang Y, Chen S, Yan W, e.a. et al. Congenital Short-Bowel
Syndrome: Clinical and Genetic Presentation in China. Journal of
Parenteral and Enteral Nutrition. 2021;45(5):1009-15. Zhou, L.,
Xua, H., Xu, M., Hu, Y., & Lou, X. F. (2017). An Accuracy
Study of the Intracavitary Electrocardiogram (IC-ECG) Guided
Peripherally Inserted Central Catheter Tip Placement among
Neonates. Open Med (Wars), 12, 125-130. doi:10.1515/med-2017-0019
• Bron:PMCF_Infusion_201
Het CVAD-register werd op 23 augustus 2020 overgenomen van CVAD
Resources, LLC. Alle ontvangen gegevens werden geanonimiseerd,
maar gaven verder precies weer wat clinici achtereenvolgens hadden
ingevoerd. Medcomp ontving alleen gegevens over hulpmiddelen
waarvan de fabrikant als 'Medcomp' werd vermeld en alle
casusinformatie was afkomstig van twee Amerikaanse ziekenhuizen.
Ziekenhuis-ID 121 wordt beschreven als een "team voor vasculaire
toegang in een ziekenhuis zonder winstoogmerk", en ziekenhuis-ID
123 wordt beschreven als een "PICC-team (perifeer ingebrachte
centrale katheter) in een Academisch Medisch Centrum". De datums
voor het inbrengen van het hulpmiddel variëren van 6 augustus 2012
tot en met 21 april 2015. De datums voor verwijdering van het
hulpmiddel variëren van 9 augustus 2012 tot en met 7 mei 2015. Er
werd één 1,9F en 2,6F Vascu-PICC®-geval, beschreven als 1,9F en
enkel lumen, verzameld. Volgende resultaatmeting bleek te voldoen
aan de state-of-the-art resultaatmetingen voor veiligheid en
prestaties uit de gepubliceerde literatuur voor Medcomp
Vascu-PICC®-hulpmiddelen:
Procedurele resultaten - 100%
• Bron:PMCF_Infusion_211
Het onderzoek naar de gegevensverzameling van infuusproductlijnen
was bedoeld om informatie over de veiligheid en de resultaten van
alle varianten van Medcomp-infuuspoorten, PICC's, Midlines en
CVC's te beoordelen. Er werden 70 antwoorden verzameld uit 17
landen die samen 471 gevallen van hulpmiddelen vertegenwoordigen.
10 Vascu-PICC® gevallen van 1,9F en 2,6F, waaronder verschillende
hulpmiddelvarianten met Franse maten (1,9F en 2,6F) en
lumenconfiguratie (enkel en dubbel), werden verzameld. Volgende
resultaatmetingen bleken te voldoen aan de state-of-the-art
resultaatmetingen voor veiligheid en prestaties uit de
gepubliceerde literatuur voor Medcomp 1,9F en 2,6F
Vascu-PICC®-hulpmiddelen:
Verblijftijd - 7,4 dagen (95%CI: 0,68-14,12)
Procedurele resultaten - 100%
Flebitis - geen voorvallen gemeld
Infiltratie/extravasatie - geen voorvallen gemeld
Met katheter geassocieerde veneuze trombus - geen voorvallen
gemeld
Aan katheter gerelateerde bloedstroominfectie - geen voorvallen
gemeld De varianten die in de dataset werden opgenomen, worden
hieronder weergegeven. Variant:n:Franse maten:Lengte(s) 1,9F
Vascu-PICC:3:1,9F:50 cm 2,6F Vascu-PICC:7:2,6F:20 cm, 50 cm
• Bron:PMCF_Medcomp_211
De Medcomp gebruikersenquête heeft reacties opgeleverd van
personeelsleden in de gezondheidszorg die bekend zijn met een
aantal Medcomp-producten. 13 respondenten antwoordden dat zij of
hun instelling Medcomp PICC's hebben gebruikt, waarbij 2 van die
respondenten het 1,9F en 2,6F Vascu-PICC-hulpmiddel hebben
gebruikt. Er waren geen verschillen in het gemiddelde
gebruikersoordeel met betrekking tot PICC's ten aanzien van de
state-of-the-art resultaatmetingen voor veiligheid en prestaties
of tussen de verschillende typen hulpmiddelen met betrekking tot
veiligheid of prestaties. Volgende gegevens werden verzameld van
gebruikers van Medcomp PICCs (n=13):
(Gemiddelde Likert-schaal respons) Katheters functioneren zoals
bedoeld - 4,7/5 (Gemiddelde Likert-schaal respons) Verpakking
maakt aseptische presentatie mogelijk - 4,9/5
(Gemiddelde Likert-schaal respons) Het voordeel weegt op tegen het
risico - 4,6 / 5
Verblijftijd (n=11) - 58,1 dagen (95%CI: 15,5-100,8) Volgende
datapunten zijn verzameld van gebruikers van Medcomp 1,9F en 2,6F
Vascu-PICC (n=2):
(Gemiddelde Likert-schaal respons) Katheters functioneren zoals
bedoeld - 5 / 5
(Gemiddelde Likert-schaal respons) Verpakking maakt aseptische
presentatie mogelijk -5/5
(Gemiddelde Likert-schaal respons) Het voordeel weegt op tegen het
risico - 5 / 5
Verblijftijd (n=2) - 45 dagen (95%CI: 0-235,6) Er is geen
informatie over complicaties verzameld van gebruikers van Medcomp
1,9F en 2,6F Vascu-PICC-hulpmiddelen.
Algemene samenvatting van klinische veiligheid en prestaties
Na bestudering van de gegevens uit alle bronnen kan worden
geconcludeerd dat de voordelen van het onderzochte hulpmiddel, dat
de toediening van vloeistoffen en medicijnen vergemakkelijkt aan
patiënten met kleine bloedvaten, waaronder pasgeborenen, bij wie
kortstondige of langdurige perifere toegang tot het
centraal-veneuze systeem zonder dat daarvoor vaak naalden nodig
zijn, noodzakelijk wordt geacht op basis van de aanwijzingen van
een gekwalificeerde, gediplomeerde arts, opwegen tegen de algemene
en individuele risico's wanneer het hulpmiddel wordt gebruikt
zoals bedoeld door de fabrikant. De fabrikant en de klinisch
deskundige beoordelaar zijn van mening dat de volledige en lopende
activiteiten voldoende zijn om de veiligheid, de doeltreffendheid
en het profiel van aanvaardbare voordelen/risico's van de
onderzochte hulpmiddelen te ondersteunen.
I-Series Outcome Parameters Across Data Sources
| Resultaten |
Voordelen/risico aanvaardbaarheidscriteria
|
Gewenste trend |
Klinische literatuur(Onderzocht hulpmiddel)
|
PMCF-gegevens(Onderzocht hulpmiddel) |
| Prestaties |
| Verblijftijd |
Langer dan 6,27 dagen |
+
|
10,3-18 dagen (Samenvatting van gepubliceerde literatuur)
|
7,4 dagen (PMCF_Infusion_211) 45 dagen (PMCF_MedComp_211)
Likert-schaal respons 4,5 / 5 (PMCF_Medcomp_211)*
|
| Procedurele resultaten |
Meer dan 43% (naast het bed) / 90% (interventie-radiologie)
|
+
|
88-100% (Samenvatting van gepubliceerde literatuur)
|
100% (PMCF_Infusion_211 en PMCF_Infusion_201) Likert-schaal
respons 4 / 5 (PMCF_Medcomp_211)*
|
| Veiligheid |
| Flebitis |
Minder dan 2,4% katheters met gemelde gevallen van flebitis
|
-
|
1,6-3,3% (Samenvatting van gepubliceerde literatuur)
|
Geen meldingen (PMCF_Infusion_211) Likert-schaal respons 4,5
/ 5 (PMCF_Medcomp_211)*
|
| Infiltratie/ extravasatie |
Minder dan 7% katheters met gemelde incidenten van
infiltratie of extravasatie
|
-
|
1,6-3,3% (Samenvatting van gepubliceerde literatuur)
|
Geen meldingen (PMCF_Infusion_211) Likert-schaal respons 4,5
/ 5 (PMCF_Medcomp_211)*
|
|
Met katheter geassocieerde veneuze trombus (CAVT)
|
Minder dan 5,4 incidenten van CAVT per 1.000 katheterdagen
|
-
|
4 van de 34 PICC's (11,8%) waren geassocieerd met
diepveneuze trombose (Samenvatting van de gepubliceerde
literatuur)
|
Geen meldingen (PMCF_Infusion_211) Likert-schaal respons 4,5
/ 5 (PMCF_Medcomp_211)*
|
|
Bloedstroom-infectie die verband houdt met de centrale lijn
(CLABSI) / aan katheter gerelateerde bloedstroom-infectie
(CRBSI)
|
Minder dan 5,7 incidenten van CRBSI per 1.000 katheterdagen
|
-
|
0-5,6 per 1.000 katheterdagen (Samenvatting van
gepubliceerde literatuur)
|
Geen meldingen (PMCF_Infusion_211) Likert-schaal respons 4 /
5 (PMCF_Medcomp_211)*
|
* PMCF_Medcomp_211 vroeg de respondenten of zij het op een schaal
van 1-5 eens waren dat hun ervaring met betrekking tot elk
resultaat gelijk of beter was dan de criteria voor
aanvaardbaarheid van de voordelen/risico's.:** Yanping et al., In
2022 was de incidentie van CLABSI 5,6 per 1.000 katheterdagen,
maar de incidentie van CRBSI 1,46 per 1.000 katheterdagen. Deze
grote variatie suggereert dat er sprake kan zijn van
rapportageverschillen tussen beide definities (gezien veel
gegevensbronnen ze door elkaar gebruiken).
V-Series Outcome Parameters Across Data Sources
| Resultaten |
Voordelen/risico aanvaardbaarheidscriteria
|
Gewenste trend |
Klinische literatuur(Onderzocht hulpmiddel)
|
PMCF-gegevens(Onderzocht hulpmiddel) |
| Prestaties |
| Veiligheid |
Lopend of gepland klinisch vervolgonderzoek na marktintroductie
(PMCF)
| Activiteit |
Omschrijving |
Referentie |
Tijdlijn |
|
Casusserie op patiëntniveau in meerdere centra
|
Verzamelen van aanvullende klinische gegevens over het
hulpmiddel
|
PMCF_PICC_231 |
Q4 2025 |
| Zoeken in state-of-the-art literatuur |
Risico's en trends identificeren met het gebruik van
vergelijkbare hulpmiddelen
|
SAP-infusie |
Q2 2025 |
|
Literatuuronderzoek naar klinisch bewijsmateriaal
|
Identificeren van risico's en trends bij het gebruik van het
toestel
|
LRP-infusie |
Q2 2025 |
|
Zoeken in een database voor wereldwijde proefversies
|
Lopende klinische onderzoeken identificeren met Medcomp®-
katheters
|
N.V.T. |
Q3 2025 |
|
Truveta-gegevensquery's en retrospectieve analyse
|
Verzamelen van aanvullende klinische gegevens over het
hulpmiddel en gelijkaardige middelen
|
TBD |
Q4 2025 |
Uit PMCF-activiteiten zijn geen nieuwe risico's, complicaties of
onverwachte defecten van het hulpmiddel naar voren gekomen.
6. Mogelijke therapeutische alternatieven
De richtlijnen voor klinische praktijk van de Infusion Nurses
Society (INS) Standards 2021 zijn gebruikt ter ondersteuning van
onderstaande aanbevelingen voor behandelingen.
| Therapie |
Voordelen |
Nadelen |
Belangrijkste risico's |
| • Centraal-veneuze katheters (CVC's) |
-
Gemakkelijke toegang, eenmaal op hun plaats
-
Maakt herhaalde venapunctie gemakkelijker
-
Verhoogde mobiliteit van patiënten tijdens infusie
-
Gemakkelijker voor poliklinische patiënten
|
-
Vereist chirurgische ingreep voor plaatsing
-
Risico's verbonden aan een operatie
|
- algemene anesthesie enz.
- Vereist onderhoud
-
Hoog risico op infectie of trombose-voorval
|
| • Implanteerbare poorten |
-
Vermindert prikwonden/aderbeschadiging in vergelijking
met traditionele injectie
-
Gemakkelijker te visualiseren, te palperen en daarom
veiliger vorm van IV-toegang
-
Vermindert de kans dat bijtende medicijnen in contact
komen met de huid
-
Slechts één venapunctie voor zowel behandeling als
labopnames, in tegenstelling tot twee voor een
traditioneel infuus
-
Langere verblijftijd in vergelijking met IV
- Kan permanent zijn, indien nodig
|
-
Vereist chirurgische ingreep, maar IV niet
-
Risico's verbonden aan een operatie
|
- algemene anesthesie enz.
-
Moet regelmatig doorgespoeld worden
|
| • Middellijn-katheters |
-
Patiëntcomfort - minder restarts dan IV's
- Langere verblijftijd dan IV's
-
Lager risico op infectie in vergelijking met IV's
-
Voor gebruik is geen röntgenfoto nodig
-
Verminderde kans op extravasatie van infusaat
|
-
Gegevens over duidelijke nadelen in vergelijking met
andere modaliteiten zijn niet beschikbaar
-
Niet geschikt voor continue injecties van de meeste
blaartrekkende of irriterende stoffen
|
-
Flebitis gerelateerd aan inbrengen
|
|
• Perifeer ingebrachte centrale katheters (PICC's)
|
-
Verlaagd risico op katheterafsluiting in vergelijking
met CVC
-
Minder veneuze puncties in vergelijking met traditionele
PIV
|
-
Verhoogd risico op diepveneuze trombose in vergelijking
met CVC
- Pijn/ongemak na verloop van tijd
-
Behoefte aan aanpassing in het dagelijks leven
|
- Diepveneuze trombose (DVT)
- Longembolie
- Veneuze trombo-embolie (VTE)
- Posttrombotisch syndroom
|
|
• Perifere intraveneuze katheters (PIV's)
|
- Vereist geen chirurgische ingreep
|
-
Hogere hemolysepercenta-ges in vergelijking met
venapunctie
- Infectie
- Hematoom/ trombose
-
Kan niet worden gebruikt voor behandelingen met
blaarvormende middelen
- Vier dagen maximaal gebruik
|
|
7. Aanbevolen profiel en training voor gebruikers
De katheter moet worden ingebracht, gemanipuleerd en verwijderd
door een gekwalificeerde, bevoegde arts of een andere
gekwalificeerde professional in de gezondheidszorg onder leiding
van een arts.
8. Verwijzing naar eventueel toegepaste geharmoniseerde normen en
gemeenschappelijke specificaties (CS)
| Geharmoniseerde norm of CS |
Revisie |
Titel of beschrijving |
Conformiteitsniveau |
| EN 556-1 |
2001 |
Sterilisatie van medische hulpmiddelen. Vereisten voor
medische hulpmiddelen die als "STERIEL" moeten worden
aangeduid. Vereisten voor permanent gesteriliseerde medische
hulpmiddelen
|
Volledig |
| EN ISO 10555-1 |
2013+ A1: 2017 |
Intravasculaire katheters. Steriele katheters en katheters
voor eenmalig gebruik. Algemene vereisten
|
Volledig |
| EN ISO 10555-3 |
2013 |
Intravasculaire katheters. Steriele katheters en katheters
voor eenmalig gebruik. Centraal-veneuze katheters
|
Volledig |
| EN ISO 10993-1 |
2020 |
Biologische evaluatie van medische hulpmiddelen - Deel 1:
Evaluatie en testen binnen een risicobeheerproces
|
Volledig |
| EN ISO 10993-7 |
2008 + A1: 2022 |
Biologische evaluatie van medische hulpmiddelen - Deel 7:
Residuen van sterilisatie met ethyleenoxide - Amendement 1:
Toepasselijkheid van toelaatbare grenswaarden voor
pasgeborenen en zuigelingen
|
Volledig |
| EN ISO 10993-18 |
2020 |
Biologische evaluatie van medische hulpmiddelen - Deel 18:
Chemische karakterisering van materialen voor medische
hulpmiddelen binnen een risicobeheerproces
|
Volledig |
| EN ISO 11070 |
2014+ A1: 2018 |
Steriele intravasculaire inbrengers, dilatators en
voerdraden voor eenmalig gebruik
|
Volledig |
| EN ISO 11135 |
2014+ A1: 2019 |
Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg.
Ethyleenoxide. Vereisten voor de ontwikkeling, validatie en
routinecontrole van een sterilisatieproces voor medische
hulpmiddelen
|
Volledig |
| EN ISO 11138-1 |
2017 |
Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg -
Biologische indicatoren Deel 1: Algemene vereisten
|
Volledig |
| EN ISO 11138-2 |
2017 |
Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg -
Biologische indicatoren - Deel 2: Biologische indicatoren
voor sterilisatieprocessen met ethyleenoxide
|
Volledig |
| EN ISO 11138-7 |
2019 |
Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg.
Biologische indicatoren - Richtlijnen voor de selectie, het
gebruik en de interpretatie van resultaten
|
Volledig |
| EN ISO 11140-1 |
2014 |
Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg -
Chemische indicatoren - Deel 1: Algemene vereisten
|
Volledig |
| EN ISO 11607-1 Exclusief sectie 7 |
2020 |
Verpakking voor permanent gesteriliseerde medische
hulpmiddelen. Vereisten voor materialen, steriele
barrièresystemen en verpakkingssystemen
|
Gedeeltelijk; (Overgangs-plan) |
| EN ISO 11607-2 |
2020 |
Verpakking voor permanent gesteriliseerde medische
hulpmiddelen. Validatievereisten voor vorm-, sluit- en
assemblageprocessen
|
Volledig |
| EN ISO 11737-1 |
2018 + A1: 2021 |
Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg.
Microbiologische methoden. Bepaling van een populatie
micro-organismen op producten
|
Volledig |
| EN ISO 13485 |
2016 + A11: 2021 |
Medische hulpmiddelen - Kwaliteitsmanagementsysteem -
Vereisten voor regelgevingsdoeleinden
|
Volledig |
| EN ISO 14155 |
2020 |
Klinisch onderzoek van medische hulpmiddelen voor menselijke
proefpersonen - Goede klinische praktijken
|
Volledig |
| EN ISO 14644-1 |
2015 |
Cleanrooms en aanverwante gecontroleerde omgevingen - Deel
1: Classificatie van luchtzuiverheid op basis van
deeltjesconcentratie
|
Volledig |
| EN ISO 14644-2 |
2015 |
Cleanrooms en aanverwante gecontroleerde omgevingen - Deel
2: Monitoring om bewijs te leveren van cleanroomprestaties
met betrekking tot luchtzuiverheid door deeltjesconcentratie
|
Volledig |
| EN ISO 14971 |
2019+ A11: 2021 |
Medische hulpmiddelen. Toepassing van risicobeheer op
medische hulpmiddelen
|
Volledig |
| EN ISO 15223-1 |
2021 |
Medische hulpmiddelen - Symbolen voor gebruik op etiketten,
labels en informatie van medische hulpmiddelen - Deel 1:
Algemene vereisten
|
Volledig |
| NEN-EN-ISO/ IEC 17025 |
2017 |
Algemene vereisten voor de competentie van test- en
kalibratielaboratoria
|
Volledig |
| PD CEN ISO/ TR 20416 |
2020 |
Medische hulpmiddelen - toezicht op fabrikanten na
marktintroductie
|
Volledig |
| EN ISO 20417 |
2021 |
Medische hulpmiddelen - Informatie die door de fabrikant
moet worden verstrekt
|
Volledig |
| ΕΝ 62366-1 |
2015+ A1: 2020 |
Medische hulpmiddelen - Deel 1: Toepassing van
bruikbaarheidstechnieken op medische hulpmiddelen
|
Volledig |
| ISO 7000 |
2019 |
Grafische symbolen voor gebruik op apparatuur.
Geregistreerde symbolen
|
Gedeeltelijk |
| ISO 594-1 |
1986 |
Conische fittingen met een 6% (Luer) conus voor spuiten,
naalden en bepaalde andere medische apparatuur - Deel 1:
Algemene vereisten
|
Volledig |
| ISO 594-2 |
1998 |
Conische fittingen met een 6% (Luer) conus voor spuiten,
naalden en bepaalde andere medische apparatuur - Deel 2:
Vergrendelingen
|
Volledig |
| MEDDEV 2.7.1 |
Rev. 4 |
Klinische evaluatie: Een gids voor fabrikanten en aangemelde
instanties in het kader van de Richtlijnen 93/42/EEG en
90/385/EEG
|
Volledig |
| MEDDEV 2.12/2 |
Rev. 2 |
RICHTLIJNEN BETREFFENDE KLINISCH VERVOLGONDERZOEK NA
MARKTINTRODUCTIE VAN MEDISCHE HULPMIDDELEN EEN LEIDRAAD VOOR
FABRIKANTEN EN AANGEMELDE INSTANTIES
|
Volledig |
| MDCG 2020-6 |
2020 |
Klinisch bewijsmateriaal nodig voor medische hulpmiddelen
die eerder van een CE-markering onder Richtlijn 93/42/EEG of
90/385/EEG zijn voorzien
|
Volledig |
| MDCG 2020-7 |
2020 |
Klinisch vervolgonderzoek na marktintroductie (PMCF)
Plansjabloon Een gids voor fabrikanten en aangemelde
instanties
|
Volledig |
| MDCG 2020-8 |
2020 |
Klinisch vervolgonderzoek na marktintroductie (PMCF)
Sjabloon voor evaluatierapport Een gids voor fabrikanten en
aangemelde instanties
|
Volledig |
| MDCG 2019-9 |
2022 |
Samenvatting van veiligheid en klinische prestaties
|
Volledig |
| MDCG 2018-1 |
Rev. 4 |
Richtsnoeren voor BASIS-UDI-DI en wijzigingen in UDI-DI
|
Volledig |
| ASTM D 4169-16 |
2022 |
Standaardpraktijk voor het testen van de prestaties van
transportcontainers en -systemen
|
Volledig |
| ASTM F2096-11 |
2019 |
Standaard testmethode voor het detecteren van grove lekken
in verpakkingen door middel van interne druk (bubbeltest)
|
Volledig |
| ASTM F2503-20 |
2020 |
Standaardpraktijk voor het merken van medische hulpmiddelen
en andere items voor veiligheid in de omgeving van
magnetische resonantie
|
Volledig |
| ASTM F640-20 |
2020 |
Standaard testmethoden voor het bepalen van de
radio-opaciteit voor medisch gebruik
|
Volledig |
| ASTM D4332-14 |
2014 |
Standaardpraktijk voor het conditioneren van containers,
verpakkingen of verpakkingsonderdelen voor tests
|
Volledig |
Revisiegeschiedenis
| Revisie |
Datum |
CR# |
Auteur |
Beschrijving van wijzigingen |
Gevalideerd |
| 1 |
26APR2022 |
26921 |
RS |
Implementatie van SSCP |
Nee, deze versie is niet gevalideerd door de aangemelde
instantie, aangezien dit een implanteerbaar apparaat van
klasse IIa of IIb is
|
| 2 |
17JUN2022 |
27027 |
RS |
Geplande update |
Nee, deze versie is niet gevalideerd door de aangemelde
instantie, aangezien dit een implanteerbaar apparaat van
klasse IIa of IIb is
|
| 3 |
23NOV2022 |
27509 |
GM |
Geplande update; SSCP bijgewerkt in overeenstem- ming met
CER-016_C en QA-CL-200-1 versie 3.00 sjabloon. Acroniemtabel
is toegevoegd in sectie 7 van de sectie Patiënten
|
Nee, deze versie is niet gevalideerd door de aangemelde
instantie, aangezien dit een implanteerbaar apparaat van
klasse IIa of IIb is
|
| 4 |
20OKT2023 |
28545 |
GM |
Bijgewerkt in overeenstemmin g met CER- 016_C
|
Nee, deze versie is niet gevalideerd door de aangemelde
instantie, aangezien dit een implanteerbaar apparaat van
klasse IIa of IIb is
|
| 5 |
22OKT2024 |
29485 |
GM |
Bijgewerkt in overeenstemmin g met CER- 016_E
|
Nee, deze versie is niet gevalideerd door de aangemelde
instantie, aangezien dit een implanteerbaar apparaat van
klasse IIa of IIb is
|