SAMENVATTING VAN VEILIGHEID EN KLINISCHE PRESTATIES

1,9F en 2,6F Vascu-PICC® perifeer ingebrachte centrale katheter

Documentnummer SSCP:SSCP-016
Revisie document:5
Revisie Datum: 22-Oct-24

BELANGRIJKE INFORMATIE

Deze samenvatting van veiligheid en klinische prestaties (SSCP) is bedoeld om het publiek toegang te geven tot een bijgewerkte samenvatting van de belangrijkste aspecten van de veiligheid en klinische prestaties van het hulpmiddel. Deze SSCP is niet bedoeld om de Gebruiksaanwijzing te vervangen als belangrijkste document om een veilig gebruik van het hulpmiddel te garanderen, noch om diagnostische of therapeutische suggesties te doen aan beoogde gebruikers of patiënten.

Toepasselijke documenten

Documenttype Titel/nummer van het document
Ontwerpgeschiedenisbestand (DHF) 11004-A1, 11005
‘MDR-documentatie' bestandsnummer MDR-016

1. Identificatie van het hulpmiddel en algemene informatie

Handelsnaam van het hulpmiddel 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® perifeer ingebrachte centrale katheter

Naam en adres van de fabrikant Medical Components, Inc. 1499 Delp Drive Harleysville, PA 19438 VS

Enkelvoudig registratienummer van de fabrikant (SRN) US-MF-000008230

Basis UDI-DI 00884908289NV

Beschrijving/tekst van de nomenclatuur voor medische hulpmiddelen C010201 - Centraal I.V. Katheters voor perifere toegang

Klasse hulpmiddel III

Datum afgifte eerste CE-certificaat voor dit hulpmidde 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® - oktober 2008 1,9F en 2,6F Jet-PICC - oktober 2008

Naam gemachtigde en SRN Gerhard Frömel Europese regelgevingsdeskundige Medical Product Service GmbH (MPS) Borngasse 20 35619 Braunfels, Duitsland SRN: DE-AR-000005009

Naam van de aangemelde instantie en uniek identificatienummer BSI Groep Nederland B.V. NB2797

Apparaatgroepering en varianten

De hulpmiddelen die onder dit document vallen, zijn allemaal sets van perifeer ingebrachte centrale katheters (PICC). De onderdeelnummers van de katheters zijn ingedeeld in verschillende categorieën. Deze hulpmiddelen worden gedistribueerd als proceduretrays, in verschillende configuraties inclusief accessoires en hulpmiddelen (zie paragraaf 'Accessoires bedoeld voor gebruik in combinatie met het hulpmiddel').

Hulpmiddelvarianten:

Hulpmiddelvarianten:
Beschrijving varianten Onderdeelnummer(s) Uitleg van meerdere onderdeelnummers
1,9F x 20 cm Pediatrische PICC met enkel lumen 10533-820-001
1,9F x 50 cm Pediatrische PICC met enkel lumen 10533-850-001
2,6F x 20 cm Pediatrische PICC met dubbel lumen 10539-820-001
2,6F x 50 cm Pediatrische PICC met dubbel lumen 10539-850-001
2,6F x 50 cm Pediatrische PICC met dubbel lumen en manchet 10552-950-001
Hulpmiddelvarianten:
Beschrijving varianten Onderdeelnummer(s) Uitleg van meerdere onderdeelnummers

Proceduretrays:

Proceduretrays:
Cataloguscode Onderdeelnummer Omschrijving
MR17012600 10539-850-001 2,6F X 50 CM VASCU-PICC® PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET DUBBEL LUMEN KATHETERSET
MR17012601 10539-850-001 2,6F X 50 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET DUBBEL LUMEN
MR170126024S 10539-850-001 2,6F X 50 CM VASCU-PICC® MST-BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET DUBBEL LUMEN
MR17012608 10552-950-001 2,6F X 50 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET DUBBEL LUMEN EN MANCHET
MR17012621 10539-820-001 2,6F X 20 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET DUBBEL LUMEN
MR170126224S 10539-820-001 2,6F X 20 CM VASCU-PICC® MST-BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET DUBBEL LUMEN
JSAP2.620 10539-820-001 2,6F X 20 CM JET-PICC BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET DUBBEL LUMEN
JSAP2.650 10539-850-001 2,6F X 50 CM JET-PICC BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET DUBBEL LUMEN
JSAP1.920 10533-820-001 1,9F X 20 CM JET-PICC BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN
JSAP1.950 10533-850-001 1,9F X 50 CM JET-PICC BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN
MR17011100 10533-850-001 1,9F X 50 CM VASCU-PICC® PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN KATHETERSET
MR17011101 10533-850-001 1,9F X 50 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN
MR170111024S 10533-850-001 1,9F X 50 CM VASCU-PICC® MST-BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN
MR17011121 10533-820-001 1,9F X 20 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN
MR170111224S 10533-820-001 1,9F X 20 CM VASCU-PICC® MST-BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN
VP1,9S20-NS 10533-820-001 1,9F X 20 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN ZONDER STILET
VP1,9S50-NS 10533-850-001 1,9F X 50 CM VASCU-PICC® BASISSET PERIFEER INGEBRACHTE CENTRALE KATHETER MET ENKEL LUMEN ZONDER STILET
Proceduretrays:
Cataloguscode Onderdeelnummer Omschrijving

Configuraties van proceduretrays:

Configuratietype Kitonderdelen
Vascu-PICC® Katheterset (1) Katheter met stilet, (1) 0,76 mm (0,030") I.D. Adapter met zijpoort, (1|2) naaldloze connector(en), (1) bevestigingshulpmiddel, (1) patiënteninformatiepakket, (1) patiënten-ID-kaart
Vascu-PICC® Basisset (1) Katheter met stilet, (1) 0,76 mm (0,030") I.D. Adapter met zijpoort, (1) OTN af te scheuren inbrenger
Vascu-PICC® MST-basisset (1) Katheter met stilet, (1) 0,27 mm x 20 cm (0,010) Nitinol voerdraad met rechte punt, (1) 0,76 mm (0,030") I.D. Adapter met zijpoort, (1) apart verwijderbare inbrenger
Vascu-PICC® Basisset zonder stilet (1) Katheter, (1) 1,2 mm buitendiameter x 0,7 mm binnendiameter x 2,2 cm (2F) OTN af te scheuren inbrenger, (1) naaldloze connector, (10) 2" x 2" gaas, (1) spuit van 10 cc, (1) tourniquet, (1) meetlint, (1) bevestigingshulpmiddel, (1) patiënt Informatiepakket, (1) Patiënten-ID-kaart
Vascu-PICC® Basisset met manchet (1) Katheter met manchet en stilet, (1) 0,76 mm (0,030”) I.D. Adapter met zijpoort, (1) 1,6 mm buitendiameter x 1,1 mm binnendiameter x 3,2 cm (3F) OTN af te scheuren inbrenger, (10) 2 x 2 gaas, (1) spuit van 10 cc, (2) onnodige aansluitingen, (1) tourniquet, (1) meetlint, (1) bevestigingshulpmiddel, (1) patiënteninformatiepakket, (1) patiënten-ID-kaart
Jet-PICC 1,9F basisset (1) Katheter met stilet, (1) 0,76 mm (0,030") I.D. Adapter met zijpoort, (1) 1,2 mm buitendiameter x 0,7 mm binnendiameter x 2,2 cm (2F) OTN af te scheuren inbrenger, (1) bevestigingshulpmiddel, (1) naaldloze connector, (10) 2" x 2" gaas, (1) spuit van 10 cc, (1) tourniquet, (1) meetlint, (1) patiënteninformatiepakket, (1) patiënten-ID-kaart
Jet-PICC 2,6F basisset (1) Katheter met stilet, (1) 0,76 mm (0,030") I.D. Adapter met zijpoort, (1) 1,6 mm buitendiameter x 1,1 mm binnendiameter x 3,2 cm (3F) OTN af te scheuren inbrenger, (1) bevestigingshulpmiddel, (2) naaldloze connectoren, (10) gaas van 2" x 2", (1) spuit van 10 cc, (1) tourniquet, (1) meetlint, (1) patiënteninformatiepakket, (1) patiënten-ID-kaart

2. Beoogd gebruik van het hulpmiddel

Beoogd doel De 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® / Jet-PICC perifeer ingebrachte centrale katheters zijn bedoeld voor gebruik bij pediatrische en pasgeboren patiënten die regelmatig naaldprikken nodig hebben en voor wie kortstondige of langdurige toegang tot het centraal-veneuze systeem zonder dat regelmatige naaldprikken nodig zijn, noodzakelijk wordt geacht op basis van de aanwijzingen van een gekwalificeerde, bevoegde arts. Het hulpmiddel is bedoeld voor gebruik onder regelmatig toezicht en beoordeling van gekwalificeerde professionals in de gezondheidszorg. Deze katheter is alleen voor eenmalig gebruik.

Indicatie(s) De 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® / Jet-PICC perifeer ingebrachte centrale katheter is geïndiceerd voor kortstondige of langdurige perifere toegang tot het centraal-veneuze systeem voor de intraveneuze toediening van vloeistoffen of medicijnen.

Doelgroep(en) 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® / Jet-PICC perifeer ingebrachte centrale katheters zijn bedoeld voor gebruik bij pediatrische en pasgeboren patiënten die regelmatig naaldprikken nodig hebben en voor wie kortstondige of langdurige toegang tot het centraal-veneuze systeem zonder dat regelmatige naaldprikken nodig zijn, noodzakelijk wordt geacht op basis van de aanwijzingen van een gekwalificeerde, bevoegde arts.

Contra-indicaties en/of beperkingen

  • Deze katheter is niet bedoeld voor ander gebruik dan het aangegeven gebruik. Geen katheter inbrengen in door trombose aangetaste bloedvaten.
  • De aanwezigheid van huidgerelateerde problemen rond de inbrengplaats (infectie, flebitis, littekens enz.)
  • De aanwezigheid van aan het hulpmiddel gerelateerde bacteriëmie of septikemie.
  • Voorgeschiedenis van veneuze trombose/subclavia-trombose of vaatchirurgische procedures op de inbrengplaats.
  • Koorts van onbekende oorsprong.
  • De lichaamslengte van de patiënt is onvoldoende voor de grootte van het geïmplanteerde hulpmiddel.
  • Van de patiënt is bekend of wordt vermoed dat hij/zij allergisch is voor materiaal dat zich in het hulpmiddel bevindt.
  • Bestraling in het verleden van de toekomstige inbrengplaats.
  • Lokale weefselfactoren zullen een goede stabilisatie en/of toegang van het hulpmiddel verhinderen.
  • Bekende kleefallergieën voor tape of zinkoxide.
  • Deze katheter is niet geschikt voor inbrenging via niet- oppervlakkige aders.

3. Beschrijving van het hulpmiddel

Device Image

Apparaatnaam: 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® perifeer ingebrachte centrale katheter

Beschrijving van het hulpmidde De 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® perifeer ingebrachte centrale katheter wordt gebruikt voor centraal-veneuze toegang op korte of lange termijn, via perifere insertie, tijdens de toediening van vloeistoffen, medicatie en voedingstherapie voor pasgeborenen, zuigelingen en kinderen. De lumen- binnen- en buitendiameter zijn continu over de gehele lengte van de lumentube. Elk katheterlumen eindigt via een verlenging naar een vrouwelijke Luer-lock-connector. Elke verlenging heeft een in-line klem om de vloeistofstroom te regelen en is gemarkeerd met de lumenmaat. De overgang tussen lumen en verlenglijn bevindt zich in een gegoten naaf. De naaf is gemarkeerd met de Franse maat van de katheter. Het lumen is elke centimeter gemarkeerd met dieptemarkeringen.

Device Image

Apparaatnaam: 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® perifeer ingebrachte centrale katheter

Beschrijving van het hulpmidde De 1,9F en 2,6F Vascu-PICC® perifeer ingebrachte centrale katheter wordt gebruikt voor centraal-veneuze toegang op korte of lange termijn, via perifere insertie, tijdens de toediening van vloeistoffen, medicatie en voedingstherapie voor pasgeborenen, zuigelingen en kinderen. De lumen- binnen- en buitendiameter zijn continu over de gehele lengte van de lumentube. Elk katheterlumen eindigt via een verlenging naar een vrouwelijke Luer-lock-connector. Elke verlenging heeft een in-line klem om de vloeistofstroom te regelen en is gemarkeerd met de lumenmaat. De overgang tussen lumen en verlenglijn bevindt zich in een gegoten naaf. De naaf is gemarkeerd met de Franse maat van de katheter. Het lumen is elke centimeter gemarkeerd met dieptemarkeringen.

Materialen/stoffen die in contact komen met weefsel van de patiënt

De procentuele bereiken in onderstaande tabel zijn gebaseerd op het gewicht van de Vascu-PICC®-hulpmiddelen 1,9F x 20 cm met enkel lumen (2,85 g) en 2,6F x 50 cm met dubbel lumen en manchet (4,16 g).

Materiaal
Materiaal % gewicht (w/w)
Polyurethaan 56,04-68,86
Acetaal co-polymeer 20,66-30,32
Acrylonitril-butadieen-styreen 8,95-13,13
Bariumsulfaat 0,51-1,53
Polyethyleentereftalaat 0-0,33

De procentuele bereiken in onderstaande tabel zijn gebaseerd op het gewicht van de Vascu-PICC®-hulpmiddelen 1,9F x 20 cm met enkel lumen (2,85 g) en 2,6F x 50 cm met dubbel lumen en manchet (4,16 g).

Materiaal
Materiaal % gewicht (w/w)
Polyurethaan 56,04-68,86
Acetaal co-polymeer 20,66-30,32
Acrylonitril-butadieen-styreen 8,95-13,13
Bariumsulfaat 0,51-1,53
Polyethyleentereftalaat 0-0,33

Opmerking: hulpstukken die roestvrij staal bevatten, kunnen tot 0,4% gewicht van de CMR-stof kobalt bevatten.:Opmerking: volgens de gebruiksaanwijzing is het hulpmiddel gecontra- indiceerd voor patiënten met bekende of vermoede allergieën voor bovengenoemde materialen.

Informatie over geneeskrachtige stoffen in het hulpmiddel N.V.T.

Hoe het hulpmiddel zijn beoogde werkingswijze bereikt De onderzochte hulpmiddelen maken gebruik van een Seldinger- of Modified Seldinger-techniek om toegang te verkrijgen. Het belangrijkste verschil is dat bij de ene techniek een introductieschede wordt gebruikt en bij de andere niet. De Seldinger-technieken voor veneuze toegang zijn bekende chirurgische technieken die worden gebruikt voor het inbrengen van PICC-hulpmiddelen. De instructies voor het gebruik van elke katheter worden beschreven in de IFU's. Katheters moeten worden ingebracht, gemanipuleerd en verwijderd door een gekwalificeerde, bevoegde arts of andere gekwalificeerde professional in de gezondheidszorg die een strikt aseptische techniek gebruikt. Eenmaal op zijn plaats wordt er vloeistof toegediend of bloed afgenomen via de PICC-katheter, meestal met een wegwerpslangenset of -spuit. Het onderhoud van de katheter omvat het gebruik van een vergrendelingsoplossing om de katheter open te houden. Het verwijderen van de katheter gebeurt gewoonlijk door voorzichtig aan de katheter te trekken, maar voor verwijdering kan het in sommige gevallen nodig zijn dat een chirurgische ingreep wordt uitgevoerd door een arts die bekend is met de juiste technieken.

Informatie over sterilisatie Inhoud steriel en niet pyrogeen in ongeopende, onbeschadigde verpakking. Gesteriliseerd met ethyleenoxide.

Vorige generaties/varianten

Naam van vorige generatie Verschillen met huidig hulpmiddel
N.V.T. N.V.T.

Accessoires bedoeld voor gebruik in combinatie met het hulpmiddel

Naam van accessoire Beschrijving van accessoire
1258 1,6 mm buitendiameter x 1,1 mm binnendiameter x 3,2 cm (3F) OTN af te scheuren inbrenger
3015 Gaas
3035 Spuit
3418 Meetlint
5731 Bevestigingshulpmiddel
5732 Bevestigingshulpmiddel
10129 0,76 mm (0,030") I.D. Adapter met zijpoort
30306 1,2 mm buitendiameter x 0,7 mm binnendiameter x 2,2 cm (2F) OTN af te scheuren inbrenger
30656 Tourniquet
30823 Naaldloze connector
10348-02 0,7 mm binnendiameter x 2,2 cm (2F) apart verwijderbare inbrenger
10348-03 1,0 mm binnendiameter x 3,2 cm (3F) apart verwijderbare inbrenger
30353-030 Stilet
30353-060 Stilet
30754-010-020 0,27 mm x 20 cm (0,010) Nitinol voerdraad met rechte punt
5620-1 IV-katheter

Andere apparaten of producten die bedoeld zijn voor gebruik in combinatie met het apparaat:

Naam van apparaat of product Beschrijving van het apparaat of product
N/A N/A

4. Risico's en waarschuwingen

Restrisico's en ongewenste effecten: Volgens de IFU van het product houden alle chirurgische procedures risico's in. Medcomp heeft risicobeheerprocessen geïmplementeerd om deze risico's proactief op te sporen en zoveel mogelijk te beperken zonder het voordeel/risicoprofiel van het hulpmiddel negatief te beïnvloeden. Na beperking blijven er restrisico's en de mogelijkheid van ongewenste voorvallen bij het gebruik van dit product bestaan. Medcomp heeft vastgesteld dat alle restrisico's aanvaardbaar zijn.

Type residuele schade Mogelijke bijwerkingen in verband met schade
Allergische reactie Allergische reactie Intolerantiereactie op geïmplanteerd hulpmiddel
Bloeding Bloeding Bloeduitstorting
Hartprobleem Hartritmestoornis Harttamponade Myocardiale erosie
Embolie Luchtembolie Trombo-embolie Katheterembolie Occlusie van de katheter
Infectie Sepsis gerelateerd aan katheter Endocarditis Infectie aan uitgangslocatie Flebitis
Perforatie Perforatie van bloedvaten of ingewanden Erosie van bloedvaten Scheuring van bloedvaten
Stenose Veneuze stenose
Weefselbeschadiging Letsel aan brachiale plexus Necrose aan uitgangslocatie Weefselbeschadiging
Trombose Veneuze trombose Ventriculaire trombose Vorming van fibrineschede
Diverse complicaties Erosie van de katheter door de huid Spontane verkeerde positie of terugtrekking van de kathetertip Risico's die gewoonlijk verband houden met lokale of algemene anesthesie, chirurgie en postoperatief herstel
Kwantificatie van restrisico's
PMS-klachten (1 januari 2019 - 31 augustus 2024) PMCF-voorvallen
Verkochte eenheden: 222.776 Onderzochte eenheden: 11
Categorie restschade voor patiënten % van de hulpmiddelen % van de hulpmiddelen
Allergische reactie 0,00045% Niet gerapporteerd
Bloeding 0,00045% Niet gerapporteerd
Hartprobleem 0,00045% Niet gerapporteerd
Embolie Niet gerapporteerd Niet gerapporteerd
Infectie 0,00090% Niet gerapporteerd
Perforatie 0,00045% Niet gerapporteerd
Stenose Niet gerapporteerd Niet gerapporteerd

Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen

Alle waarschuwingen zijn getoetst aan de risicoanalyse, PMS en bruikbaarheidstests om de consistentie tussen de informatiebronnen te valideren. De hulpmiddelen in het kader van deze klinische evaluatie zijn voorzien van volgende waarschuwingen op de IFU's:

  • Gebruik geen infusieapparatuur die de werkdruk van 1,0 bar max/750 mmHg (14,5 psi) kan overschrijden.
  • Gebruik geen hogedrukinjectoren voor onderzoek met contrastmiddelen. Overmatige druk kan de katheter beschadigen.
  • Gebruik het bevestigingshulpmiddel niet op plaatsen waar verlies van hechting kan optreden, zoals bij een verwarde patiënt of bij een niet-hechtende huid.
  • Geen katheter inbrengen in door trombose aangetaste bloedvaten.
  • Voer de voerdraad of katheter niet in als er ongewone weerstand wordt ondervonden.
  • De voerdraad niet met geweld inbrengen of terugtrekken uit een onderdeel. Als de voerdraad beschadigd raakt, moeten voerdraad en bijbehorende onderdelen samen worden verwijderd.
  • De katheter of toebehoren op geen enkele wijze opnieuw steriliseren.
  • Inhoud steriel en niet pyrogeen in ongeopende, onbeschadigde verpakking. GESTERILISEERD MET ETHYLEENOXIDE
  • Gebruik de katheter of toebehoren niet opnieuw omdat het hulpmiddel mogelijk niet goed gereinigd en ontsmet werd, wat kan leiden tot besmetting, katheterdegradatie, hulpmiddelmoeheid of een endotoxinereactie.
  • Gebruik de katheter of toebehoren niet als de verpakking geopend of beschadigd is.
  • Gebruik de katheter of toebehoren niet als er tekenen van productschade zichtbaar zijn of als de uiterste gebruiksdatum is verstreken.
  • Gebruik geen scherpe instrumenten in de buurt van de verlenglijnen of het katheterlumen.
  • Gebruik geen schaar om het verband te verwijderen. De voorzorgsmaatregelen die op de IFU's worden vermeld, zijn als volgt:
  • Spuiten kleiner dan tien (10) ml veroorzaken overmatige druk en kunnen de katheter beschadigen. Tien (10) ml of grotere spuiten worden aanbevolen.
  • Bolusinjecties moeten langzaam zijn en mogen de maximale bolusdruk van 1,2 bar/900 mmHg (17,4 psi) niet overschrijden.
  • Hydrateer de voerdraad voor gebruik.
  • Spoel de katheter altijd door voordat u het stilet verwijdert.
  • De katheter zal beschadigd raken als er andere klemmen worden gebruikt dan degene die bij deze set zijn geleverd.
  • Het herhaaldelijk vastklemmen van de slang op dezelfde plaats kan de slang verzwakken. Vermijd klemmen in de buurt van de Luer(s) en de naaf van de katheter.
  • Onderzoek het lumen en verlengstuk(ken) van de katheter voor en na elke infusie op beschadigingen.
  • Om ongelukken te voorkomen, moet u vóór en tussen behandelingen de veiligheid van alle doppen en verbindingen verzekeren.
  • Gebruik alleen Luer-lock (schroefdraad) connectoren met deze katheter.
  • In het zeldzame geval dat een naaf of connector tijdens het inbrengen of gebruik losraakt van een onderdeel, neemt u alle noodzakelijke stappen en voorzorgsmaatregelen om bloedverlies of luchtembolie te voorkomen en verwijdert u de katheter.
  • Het herhaaldelijk te strak aandraaien van bloedlijnen, spuiten en doppen vermindert de levensduur van de connector en kan leiden tot mogelijk falen van de connector.
  • Dit is geen rechter-atriumkatheter. Plaats de kathetertip niet in het rechter atrium. Plaatsing in of migratie van de kathetertip naar het rechter atrium kan hartritmestoornissen, erosie van het myocard of harttamponade veroorzaken.
  • Neem tijdens het aanbrengen en verwijderen van het bevestigingshulpmiddel universele voorzorgsmaatregelen voor bloed en lichaamsvloeistoffen en procedures voor infectiebeheersing in acht.
  • Voorkom contact van het bevestigingshulpmiddel met alcohol of aceton. Beide kunnen de hechting van onderdelen en de hechting van het bevestigingskussen verzwakken.
  • Minimaliseer de manipulatie van de katheter/tube tijdens het aanbrengen en verwijderen van het bevestigingshulpmiddel.
  • Verwijder olie en vochtinbrengende crème van de betreffende huid voordat u het bevestigingshulpmiddel plaatst.
  • Het bevestigingshulpmiddel moet dagelijks worden gecontroleerd en vervangen wanneer dit klinisch geïndiceerd is, ten minste elke 7 dagen.
  • Controleer de positie van de kathetertip vóór gebruik door middel van een röntgenfoto. Controleer routinematig de plaatsing van tips volgens het beleid van de instelling.
  • Gooi het biorisico weg volgens het protocol van de faciliteit.
  • Raadpleeg de praktijknormen en het institutionele beleid inzake compatibele infusiemiddelen voor centraal-veneuze toegang.
  • Volg alle contra-indicaties, waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en instructies voor alle infusaten zoals gespecificeerd door hun fabrikant.
  • De CMR-stof Kobalt is een natuurlijk voorkomend bestanddeel van roestvrij staal. Op basis van een evaluatie van de biocompatibiliteit werd vastgesteld dat de belangrijkste gevaren van roestvrij staal verband houden met de verwerking van het materiaal, met name lassen, en dus niet van toepassing zijn op het beoogde gebruik van het hulpmiddel. Het is onwaarschijnlijk dat roestvrij staal dat in deze hulpmiddelen wordt gebruikt blootstellingsniveaus bereikt die carcinogeniteit, mutageniteit of reproductietoxiciteit zullen veroorzaken.

Andere relevante veiligheidsaspecten(bv. corrigerende maatregelen op het gebied van veiligheid in het veld enz.) Gedurende een periode van 1 januari 2019 tot en met 31 augustus 2024 waren er 132 klachten voor 222.776 verkochte eenheden, wat een totaal klachtenpercentage geeft van 0,059%. Er waren geen voorvallen die verband hielden met overlijden. Geen enkel voorval leidde tijdens de beoordelingsperiode tot een terugroepactie.

5. Samenvatting van klinische evaluatie en klinisch vervolgonderzoek na marktintroductie (PMCF)

Samenvatting van klinische gegevens met betrekking tot het onderzochte hulpmiddel

Specifieke casusnummers (gemengde cohortcasusnummers) geïdentificeerd en gebruikt voor klinische prestatie-evaluatie
Productfamilie Klinische literatuur PMCFgegevens Totaal Antwoorden gebruikersenquête
Klinische literatuur 844
PMCF-gegevens 11
Totaal 855
Antwoorden gebruikersenquête 2

De klinische prestaties werden gemeten aan de hand van parameters zoals, maar niet beperkt tot, verblijftijd, resultaten van katheterplaatsing en percentages ongewenste voorvallen. De kritische klinische parameters uit deze onderzoeken voldeden aan de normen die zijn vastgesteld in de richtlijnen voor de state-of-the-art. Bij geen van de klinische activiteiten werden onvoorziene bijwerkingen of andere hoge incidenten vastgesteld. De overlevingskans van een bepaald implantaat is een multifactoriële gebeurtenis die afhankelijk is van verschillende factoren, waaronder: de grenzen van het implantaat, de chirurgische techniek, de moeilijkheidsgraad van de chirurgische procedure, de gezondheid van de patiënt, het activiteitsniveau van de patiënt, de medische geschiedenis van de patiënt en andere factoren. In het geval van de Vascu-PICC® perifeer ingebrachte centrale katheter van 1,9F en 2,6F hadden 57 katheters een levensduur van 14 dagen [Bereik: 1-70 dagen] gemiddelde gebruiksduur aangetroffen bij tot nu toe gemeld klinisch gebruik. Op basis van deze informatie heeft de 1,9F en 2,6F Vascu-PICC®/Jet-PICC perifeer ingebrachte centrale katheter een levensduur van 12 maanden; de beslissing om de katheter te verwijderen en/of te vervangen moet echter gebaseerd zijn op klinische prestaties en behoefte, en niet op een vooraf bepaald tijdstip.

Samenvatting van klinische gegevens met betrekking tot het gelijkwaardige hulpmiddel (indien van toepassing)

Uit gepubliceerde literatuur en PMCF-activiteiten is klinisch bewijsmateriaal verkregen voor bekende en onbekende varianten van het onderzochte hulpmiddel. De gelijkwaardigheidsredenering in het bijgewerkte klinische evaluatieverslag zal aantonen dat het beschikbare klinische bewijsmateriaal voor deze varianten representatief is voor de reeks hulpmiddelvarianten in de familie van hulpmiddelen. Er zijn geen klinische of biologische verschillen tussen varianten binnen de familie van het onderzochte hulpmiddel, en het potentiële effect van de technische verschillen zal in het bijgewerkte klinische evaluatieverslag worden gerationaliseerd.

Samenvatting van klinische gegevens van onderzoeken voorafgaand aan marktintroductie (indien van toepassing)

Voor de klinische evaluatie van het hulpmiddel werd geen gebruik gemaakt van klinische hulpmiddelen voorafgaand aan marktintroductie.

Samenvatting van klinische gegevens uit andere bronnen:

Bron:Samenvatting van gepubliceerde literatuur

Uit literatuuronderzoek met klinisch bewijs zijn negen gepubliceerde literatuurartikelen gevonden die 844 gevallen vertegenwoordigen die specifiek zijn voor de 1,9F en 2,6F Vascu-PICC®-hulpmiddelfamilie. De artikelen omvatten twee prospectieve studies (Yang et al., Zhou et al.), vijf retrospectieve onderzoeken (Luo et al., Richter et al., Uygun et al., Wang et al., Yanping et al.), en twee casusrapporten (Chen et al., Chen et al.). Bibliografie: Chen Q, Hu Y, Su S, Huang X, Li Y. "AFGP" bundles for an extremely preterm infant who underwent difficult removal of a peripherally inserted central catheter: A case report. WJCC. 2021;9(17):4253-61. Chen Q, Hu Y, Li Y, Huang X. Peripherally inserted central catheter placement in neonates with persistent left superior vena cava: Report of eight cases. WJCC. 2021;9(26):7944-53. Luo, F., Cheng, X., Lou, X., Wang, Q., Fan, X., & Chen, S. (2020). Insertion of a 1.9F central venous catheter via the internal jugular vein in neonates. J Int Med Res, 48(6). doi:10.1177/0300060520925380 Uygun, I. (2016). Peripherally inserted central catheter in neonates: A safe and easy insertion technique. Journal of pediatric surgery, 51(1), 188-191. Xu YP, Shang ZR, Dorazio RM, Shi LP. Risk factors for peripherally inserted central catheterization-associated bloodstream infection in neonates. Zhongguo Dang Dai Er Ke Za Zhi. 2022 Feb 15; 24(2):141-146. English, Chinese. doi: 10.7499/j.issn.1008- 8830.2109147. PMID: 35209978; PMCID: PMC8884050. Yang, L., Bing, X., Song, L., Na, C., Minghong, D., & Annuo, L. (2019). Intracavitary electrocardiogram guidance for placement of peripherally inserted central catheters in premature infants. Medicine (Baltimore), 98(50). doi:10.1097/md.0000000000018368 Richter, R. P., Law, M. A., Borasino, S., Surd, J. A., & Alten, J. A. (2016). Distal superficial femoral vein cannulation for peripherally inserted central catheter placement in infants with cardiac disease. Congenital heart disease, 11(6), 733-740. Wang Y, Chen S, Yan W, e.a. et al. Congenital Short-Bowel Syndrome: Clinical and Genetic Presentation in China. Journal of Parenteral and Enteral Nutrition. 2021;45(5):1009-15. Zhou, L., Xua, H., Xu, M., Hu, Y., & Lou, X. F. (2017). An Accuracy Study of the Intracavitary Electrocardiogram (IC-ECG) Guided Peripherally Inserted Central Catheter Tip Placement among Neonates. Open Med (Wars), 12, 125-130. doi:10.1515/med-2017-0019

• Bron:PMCF_Infusion_201

Het CVAD-register werd op 23 augustus 2020 overgenomen van CVAD Resources, LLC. Alle ontvangen gegevens werden geanonimiseerd, maar gaven verder precies weer wat clinici achtereenvolgens hadden ingevoerd. Medcomp ontving alleen gegevens over hulpmiddelen waarvan de fabrikant als 'Medcomp' werd vermeld en alle casusinformatie was afkomstig van twee Amerikaanse ziekenhuizen. Ziekenhuis-ID 121 wordt beschreven als een "team voor vasculaire toegang in een ziekenhuis zonder winstoogmerk", en ziekenhuis-ID 123 wordt beschreven als een "PICC-team (perifeer ingebrachte centrale katheter) in een Academisch Medisch Centrum". De datums voor het inbrengen van het hulpmiddel variëren van 6 augustus 2012 tot en met 21 april 2015. De datums voor verwijdering van het hulpmiddel variëren van 9 augustus 2012 tot en met 7 mei 2015. Er werd één 1,9F en 2,6F Vascu-PICC®-geval, beschreven als 1,9F en enkel lumen, verzameld. Volgende resultaatmeting bleek te voldoen aan de state-of-the-art resultaatmetingen voor veiligheid en prestaties uit de gepubliceerde literatuur voor Medcomp Vascu-PICC®-hulpmiddelen:

  • Procedurele resultaten - 100%
  • • Bron:PMCF_Infusion_211

    Het onderzoek naar de gegevensverzameling van infuusproductlijnen was bedoeld om informatie over de veiligheid en de resultaten van alle varianten van Medcomp-infuuspoorten, PICC's, Midlines en CVC's te beoordelen. Er werden 70 antwoorden verzameld uit 17 landen die samen 471 gevallen van hulpmiddelen vertegenwoordigen. 10 Vascu-PICC® gevallen van 1,9F en 2,6F, waaronder verschillende hulpmiddelvarianten met Franse maten (1,9F en 2,6F) en lumenconfiguratie (enkel en dubbel), werden verzameld. Volgende resultaatmetingen bleken te voldoen aan de state-of-the-art resultaatmetingen voor veiligheid en prestaties uit de gepubliceerde literatuur voor Medcomp 1,9F en 2,6F Vascu-PICC®-hulpmiddelen:

  • Verblijftijd - 7,4 dagen (95%CI: 0,68-14,12)
  • Procedurele resultaten - 100%
  • Flebitis - geen voorvallen gemeld
  • Infiltratie/extravasatie - geen voorvallen gemeld
  • Met katheter geassocieerde veneuze trombus - geen voorvallen gemeld
  • Aan katheter gerelateerde bloedstroominfectie - geen voorvallen gemeld De varianten die in de dataset werden opgenomen, worden hieronder weergegeven. Variant:n:Franse maten:Lengte(s) 1,9F Vascu-PICC:3:1,9F:50 cm 2,6F Vascu-PICC:7:2,6F:20 cm, 50 cm
  • • Bron:PMCF_Medcomp_211

    De Medcomp gebruikersenquête heeft reacties opgeleverd van personeelsleden in de gezondheidszorg die bekend zijn met een aantal Medcomp-producten. 13 respondenten antwoordden dat zij of hun instelling Medcomp PICC's hebben gebruikt, waarbij 2 van die respondenten het 1,9F en 2,6F Vascu-PICC-hulpmiddel hebben gebruikt. Er waren geen verschillen in het gemiddelde gebruikersoordeel met betrekking tot PICC's ten aanzien van de state-of-the-art resultaatmetingen voor veiligheid en prestaties of tussen de verschillende typen hulpmiddelen met betrekking tot veiligheid of prestaties. Volgende gegevens werden verzameld van gebruikers van Medcomp PICCs (n=13):

  • (Gemiddelde Likert-schaal respons) Katheters functioneren zoals bedoeld - 4,7/5 (Gemiddelde Likert-schaal respons) Verpakking maakt aseptische presentatie mogelijk - 4,9/5
  • (Gemiddelde Likert-schaal respons) Het voordeel weegt op tegen het risico - 4,6 / 5
  • Verblijftijd (n=11) - 58,1 dagen (95%CI: 15,5-100,8) Volgende datapunten zijn verzameld van gebruikers van Medcomp 1,9F en 2,6F Vascu-PICC (n=2):
  • (Gemiddelde Likert-schaal respons) Katheters functioneren zoals bedoeld - 5 / 5
  • (Gemiddelde Likert-schaal respons) Verpakking maakt aseptische presentatie mogelijk -5/5
  • (Gemiddelde Likert-schaal respons) Het voordeel weegt op tegen het risico - 5 / 5
  • Verblijftijd (n=2) - 45 dagen (95%CI: 0-235,6) Er is geen informatie over complicaties verzameld van gebruikers van Medcomp 1,9F en 2,6F Vascu-PICC-hulpmiddelen.
  • Algemene samenvatting van klinische veiligheid en prestaties

    Na bestudering van de gegevens uit alle bronnen kan worden geconcludeerd dat de voordelen van het onderzochte hulpmiddel, dat de toediening van vloeistoffen en medicijnen vergemakkelijkt aan patiënten met kleine bloedvaten, waaronder pasgeborenen, bij wie kortstondige of langdurige perifere toegang tot het centraal-veneuze systeem zonder dat daarvoor vaak naalden nodig zijn, noodzakelijk wordt geacht op basis van de aanwijzingen van een gekwalificeerde, gediplomeerde arts, opwegen tegen de algemene en individuele risico's wanneer het hulpmiddel wordt gebruikt zoals bedoeld door de fabrikant. De fabrikant en de klinisch deskundige beoordelaar zijn van mening dat de volledige en lopende activiteiten voldoende zijn om de veiligheid, de doeltreffendheid en het profiel van aanvaardbare voordelen/risico's van de onderzochte hulpmiddelen te ondersteunen.

    I-Series Outcome Parameters Across Data Sources
    Resultaten Voordelen/risico aanvaardbaarheidscriteria Gewenste trend Klinische literatuur(Onderzocht hulpmiddel) PMCF-gegevens(Onderzocht hulpmiddel)
    Prestaties
    Verblijftijd Langer dan 6,27 dagen + 10,3-18 dagen (Samenvatting van gepubliceerde literatuur)
    7,4 dagen (PMCF_Infusion_211) 45 dagen (PMCF_MedComp_211) Likert-schaal respons 4,5 / 5 (PMCF_Medcomp_211)*
    Procedurele resultaten Meer dan 43% (naast het bed) / 90% (interventie-radiologie) + 88-100% (Samenvatting van gepubliceerde literatuur)
    100% (PMCF_Infusion_211 en PMCF_Infusion_201) Likert-schaal respons 4 / 5 (PMCF_Medcomp_211)*
    Veiligheid
    Flebitis Minder dan 2,4% katheters met gemelde gevallen van flebitis - 1,6-3,3% (Samenvatting van gepubliceerde literatuur)
    Geen meldingen (PMCF_Infusion_211) Likert-schaal respons 4,5 / 5 (PMCF_Medcomp_211)*
    Infiltratie/ extravasatie Minder dan 7% katheters met gemelde incidenten van infiltratie of extravasatie - 1,6-3,3% (Samenvatting van gepubliceerde literatuur)
    Geen meldingen (PMCF_Infusion_211) Likert-schaal respons 4,5 / 5 (PMCF_Medcomp_211)*
    Met katheter geassocieerde veneuze trombus (CAVT) Minder dan 5,4 incidenten van CAVT per 1.000 katheterdagen - 4 van de 34 PICC's (11,8%) waren geassocieerd met diepveneuze trombose (Samenvatting van de gepubliceerde literatuur)
    Geen meldingen (PMCF_Infusion_211) Likert-schaal respons 4,5 / 5 (PMCF_Medcomp_211)*
    Bloedstroom-infectie die verband houdt met de centrale lijn (CLABSI) / aan katheter gerelateerde bloedstroom-infectie (CRBSI) Minder dan 5,7 incidenten van CRBSI per 1.000 katheterdagen - 0-5,6 per 1.000 katheterdagen (Samenvatting van gepubliceerde literatuur)
    Geen meldingen (PMCF_Infusion_211) Likert-schaal respons 4 / 5 (PMCF_Medcomp_211)*
    * PMCF_Medcomp_211 vroeg de respondenten of zij het op een schaal van 1-5 eens waren dat hun ervaring met betrekking tot elk resultaat gelijk of beter was dan de criteria voor aanvaardbaarheid van de voordelen/risico's.:** Yanping et al., In 2022 was de incidentie van CLABSI 5,6 per 1.000 katheterdagen, maar de incidentie van CRBSI 1,46 per 1.000 katheterdagen. Deze grote variatie suggereert dat er sprake kan zijn van rapportageverschillen tussen beide definities (gezien veel gegevensbronnen ze door elkaar gebruiken).
    V-Series Outcome Parameters Across Data Sources
    Resultaten Voordelen/risico aanvaardbaarheidscriteria Gewenste trend Klinische literatuur(Onderzocht hulpmiddel) PMCF-gegevens(Onderzocht hulpmiddel)
    Prestaties
    Veiligheid

    Lopend of gepland klinisch vervolgonderzoek na marktintroductie (PMCF)

    Activiteit Omschrijving Referentie Tijdlijn
    Casusserie op patiëntniveau in meerdere centra Verzamelen van aanvullende klinische gegevens over het hulpmiddel PMCF_PICC_231 Q4 2025
    Zoeken in state-of-the-art literatuur Risico's en trends identificeren met het gebruik van vergelijkbare hulpmiddelen SAP-infusie Q2 2025
    Literatuuronderzoek naar klinisch bewijsmateriaal Identificeren van risico's en trends bij het gebruik van het toestel LRP-infusie Q2 2025
    Zoeken in een database voor wereldwijde proefversies Lopende klinische onderzoeken identificeren met Medcomp®- katheters N.V.T. Q3 2025
    Truveta-gegevensquery's en retrospectieve analyse Verzamelen van aanvullende klinische gegevens over het hulpmiddel en gelijkaardige middelen TBD Q4 2025

    Uit PMCF-activiteiten zijn geen nieuwe risico's, complicaties of onverwachte defecten van het hulpmiddel naar voren gekomen.

    6. Mogelijke therapeutische alternatieven

    De richtlijnen voor klinische praktijk van de Infusion Nurses Society (INS) Standards 2021 zijn gebruikt ter ondersteuning van onderstaande aanbevelingen voor behandelingen.

    Therapie Voordelen Nadelen Belangrijkste risico's
    • Centraal-veneuze katheters (CVC's)
    • Gemakkelijke toegang, eenmaal op hun plaats
    • Maakt herhaalde venapunctie gemakkelijker
    • Verhoogde mobiliteit van patiënten tijdens infusie
    • Gemakkelijker voor poliklinische patiënten
    • Vereist chirurgische ingreep voor plaatsing
    • Risico's verbonden aan een operatie
    • algemene anesthesie enz.
    • Vereist onderhoud
    • Hoog risico op infectie of trombose-voorval
    • Implanteerbare poorten
    • Vermindert prikwonden/aderbeschadiging in vergelijking met traditionele injectie
    • Gemakkelijker te visualiseren, te palperen en daarom veiliger vorm van IV-toegang
    • Vermindert de kans dat bijtende medicijnen in contact komen met de huid
    • Slechts één venapunctie voor zowel behandeling als labopnames, in tegenstelling tot twee voor een traditioneel infuus
    • Langere verblijftijd in vergelijking met IV
    • Kan permanent zijn, indien nodig
    • Vereist chirurgische ingreep, maar IV niet
    • Risico's verbonden aan een operatie
    • algemene anesthesie enz.
    • Moet regelmatig doorgespoeld worden
    • Middellijn-katheters
    • Patiëntcomfort - minder restarts dan IV's
    • Langere verblijftijd dan IV's
    • Lager risico op infectie in vergelijking met IV's
    • Voor gebruik is geen röntgenfoto nodig
    • Verminderde kans op extravasatie van infusaat
    • Gegevens over duidelijke nadelen in vergelijking met andere modaliteiten zijn niet beschikbaar
    • Niet geschikt voor continue injecties van de meeste blaartrekkende of irriterende stoffen
    • Flebitis gerelateerd aan inbrengen
    • Perifeer ingebrachte centrale katheters (PICC's)
    • Verlaagd risico op katheterafsluiting in vergelijking met CVC
    • Minder veneuze puncties in vergelijking met traditionele PIV
    • Verhoogd risico op diepveneuze trombose in vergelijking met CVC
    • Pijn/ongemak na verloop van tijd
    • Behoefte aan aanpassing in het dagelijks leven
    • Diepveneuze trombose (DVT)
    • Longembolie
    • Veneuze trombo-embolie (VTE)
    • Posttrombotisch syndroom
    • Perifere intraveneuze katheters (PIV's)
    • Vereist geen chirurgische ingreep
    • Hogere hemolysepercenta-ges in vergelijking met venapunctie
    • Infectie
    • Hematoom/ trombose
    • Kan niet worden gebruikt voor behandelingen met blaarvormende middelen
    • Vier dagen maximaal gebruik
    • Infectie
    • Flebitis

    7. Aanbevolen profiel en training voor gebruikers

    De katheter moet worden ingebracht, gemanipuleerd en verwijderd door een gekwalificeerde, bevoegde arts of een andere gekwalificeerde professional in de gezondheidszorg onder leiding van een arts.

    8. Verwijzing naar eventueel toegepaste geharmoniseerde normen en gemeenschappelijke specificaties (CS)

    Geharmoniseerde norm of CS Revisie Titel of beschrijving Conformiteitsniveau
    EN 556-1 2001 Sterilisatie van medische hulpmiddelen. Vereisten voor medische hulpmiddelen die als "STERIEL" moeten worden aangeduid. Vereisten voor permanent gesteriliseerde medische hulpmiddelen Volledig
    EN ISO 10555-1 2013+ A1: 2017 Intravasculaire katheters. Steriele katheters en katheters voor eenmalig gebruik. Algemene vereisten Volledig
    EN ISO 10555-3 2013 Intravasculaire katheters. Steriele katheters en katheters voor eenmalig gebruik. Centraal-veneuze katheters Volledig
    EN ISO 10993-1 2020 Biologische evaluatie van medische hulpmiddelen - Deel 1: Evaluatie en testen binnen een risicobeheerproces Volledig
    EN ISO 10993-7 2008 + A1: 2022 Biologische evaluatie van medische hulpmiddelen - Deel 7: Residuen van sterilisatie met ethyleenoxide - Amendement 1: Toepasselijkheid van toelaatbare grenswaarden voor pasgeborenen en zuigelingen Volledig
    EN ISO 10993-18 2020 Biologische evaluatie van medische hulpmiddelen - Deel 18: Chemische karakterisering van materialen voor medische hulpmiddelen binnen een risicobeheerproces Volledig
    EN ISO 11070 2014+ A1: 2018 Steriele intravasculaire inbrengers, dilatators en voerdraden voor eenmalig gebruik Volledig
    EN ISO 11135 2014+ A1: 2019 Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg. Ethyleenoxide. Vereisten voor de ontwikkeling, validatie en routinecontrole van een sterilisatieproces voor medische hulpmiddelen Volledig
    EN ISO 11138-1 2017 Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg - Biologische indicatoren Deel 1: Algemene vereisten Volledig
    EN ISO 11138-2 2017 Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg - Biologische indicatoren - Deel 2: Biologische indicatoren voor sterilisatieprocessen met ethyleenoxide Volledig
    EN ISO 11138-7 2019 Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg. Biologische indicatoren - Richtlijnen voor de selectie, het gebruik en de interpretatie van resultaten Volledig
    EN ISO 11140-1 2014 Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg - Chemische indicatoren - Deel 1: Algemene vereisten Volledig
    EN ISO 11607-1 Exclusief sectie 7 2020 Verpakking voor permanent gesteriliseerde medische hulpmiddelen. Vereisten voor materialen, steriele barrièresystemen en verpakkingssystemen Gedeeltelijk; (Overgangs-plan)
    EN ISO 11607-2 2020 Verpakking voor permanent gesteriliseerde medische hulpmiddelen. Validatievereisten voor vorm-, sluit- en assemblageprocessen Volledig
    EN ISO 11737-1 2018 + A1: 2021 Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg. Microbiologische methoden. Bepaling van een populatie micro-organismen op producten Volledig
    EN ISO 13485 2016 + A11: 2021 Medische hulpmiddelen - Kwaliteitsmanagementsysteem - Vereisten voor regelgevingsdoeleinden Volledig
    EN ISO 14155 2020 Klinisch onderzoek van medische hulpmiddelen voor menselijke proefpersonen - Goede klinische praktijken Volledig
    EN ISO 14644-1 2015 Cleanrooms en aanverwante gecontroleerde omgevingen - Deel 1: Classificatie van luchtzuiverheid op basis van deeltjesconcentratie Volledig
    EN ISO 14644-2 2015 Cleanrooms en aanverwante gecontroleerde omgevingen - Deel 2: Monitoring om bewijs te leveren van cleanroomprestaties met betrekking tot luchtzuiverheid door deeltjesconcentratie Volledig
    EN ISO 14971 2019+ A11: 2021 Medische hulpmiddelen. Toepassing van risicobeheer op medische hulpmiddelen Volledig
    EN ISO 15223-1 2021 Medische hulpmiddelen - Symbolen voor gebruik op etiketten, labels en informatie van medische hulpmiddelen - Deel 1: Algemene vereisten Volledig
    NEN-EN-ISO/ IEC 17025 2017 Algemene vereisten voor de competentie van test- en kalibratielaboratoria Volledig
    PD CEN ISO/ TR 20416 2020 Medische hulpmiddelen - toezicht op fabrikanten na marktintroductie Volledig
    EN ISO 20417 2021 Medische hulpmiddelen - Informatie die door de fabrikant moet worden verstrekt Volledig
    ΕΝ 62366-1 2015+ A1: 2020 Medische hulpmiddelen - Deel 1: Toepassing van bruikbaarheidstechnieken op medische hulpmiddelen Volledig
    ISO 7000 2019 Grafische symbolen voor gebruik op apparatuur. Geregistreerde symbolen Gedeeltelijk
    ISO 594-1 1986 Conische fittingen met een 6% (Luer) conus voor spuiten, naalden en bepaalde andere medische apparatuur - Deel 1: Algemene vereisten Volledig
    ISO 594-2 1998 Conische fittingen met een 6% (Luer) conus voor spuiten, naalden en bepaalde andere medische apparatuur - Deel 2: Vergrendelingen Volledig
    MEDDEV 2.7.1 Rev. 4 Klinische evaluatie: Een gids voor fabrikanten en aangemelde instanties in het kader van de Richtlijnen 93/42/EEG en 90/385/EEG Volledig
    MEDDEV 2.12/2 Rev. 2 RICHTLIJNEN BETREFFENDE KLINISCH VERVOLGONDERZOEK NA MARKTINTRODUCTIE VAN MEDISCHE HULPMIDDELEN EEN LEIDRAAD VOOR FABRIKANTEN EN AANGEMELDE INSTANTIES Volledig
    MDCG 2020-6 2020 Klinisch bewijsmateriaal nodig voor medische hulpmiddelen die eerder van een CE-markering onder Richtlijn 93/42/EEG of 90/385/EEG zijn voorzien Volledig
    MDCG 2020-7 2020 Klinisch vervolgonderzoek na marktintroductie (PMCF) Plansjabloon Een gids voor fabrikanten en aangemelde instanties Volledig
    MDCG 2020-8 2020 Klinisch vervolgonderzoek na marktintroductie (PMCF) Sjabloon voor evaluatierapport Een gids voor fabrikanten en aangemelde instanties Volledig
    MDCG 2019-9 2022 Samenvatting van veiligheid en klinische prestaties Volledig
    MDCG 2018-1 Rev. 4 Richtsnoeren voor BASIS-UDI-DI en wijzigingen in UDI-DI Volledig
    ASTM D 4169-16 2022 Standaardpraktijk voor het testen van de prestaties van transportcontainers en -systemen Volledig
    ASTM F2096-11 2019 Standaard testmethode voor het detecteren van grove lekken in verpakkingen door middel van interne druk (bubbeltest) Volledig
    ASTM F2503-20 2020 Standaardpraktijk voor het merken van medische hulpmiddelen en andere items voor veiligheid in de omgeving van magnetische resonantie Volledig
    ASTM F640-20 2020 Standaard testmethoden voor het bepalen van de radio-opaciteit voor medisch gebruik Volledig
    ASTM D4332-14 2014 Standaardpraktijk voor het conditioneren van containers, verpakkingen of verpakkingsonderdelen voor tests Volledig

    Revisiegeschiedenis

    Revisie Datum CR# Auteur Beschrijving van wijzigingen Gevalideerd
    1 26APR2022 26921 RS Implementatie van SSCP Nee, deze versie is niet gevalideerd door de aangemelde instantie, aangezien dit een implanteerbaar apparaat van klasse IIa of IIb is
    2 17JUN2022 27027 RS Geplande update Nee, deze versie is niet gevalideerd door de aangemelde instantie, aangezien dit een implanteerbaar apparaat van klasse IIa of IIb is
    3 23NOV2022 27509 GM Geplande update; SSCP bijgewerkt in overeenstem- ming met CER-016_C en QA-CL-200-1 versie 3.00 sjabloon. Acroniemtabel is toegevoegd in sectie 7 van de sectie Patiënten Nee, deze versie is niet gevalideerd door de aangemelde instantie, aangezien dit een implanteerbaar apparaat van klasse IIa of IIb is
    4 20OKT2023 28545 GM Bijgewerkt in overeenstemmin g met CER- 016_C Nee, deze versie is niet gevalideerd door de aangemelde instantie, aangezien dit een implanteerbaar apparaat van klasse IIa of IIb is
    5 22OKT2024 29485 GM Bijgewerkt in overeenstemmin g met CER- 016_E Nee, deze versie is niet gevalideerd door de aangemelde instantie, aangezien dit een implanteerbaar apparaat van klasse IIa of IIb is

    Versie 5.00 van Medical Components, Inc. Sjabloon QA-CL-200-1